Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een hoger beroep over de zorgregeling en kinderalimentatie tussen ouders na hun scheiding. De minderjarige woont bij de moeder, en de vader wenst een uitgebreidere zorgregeling dan de voorlopige regeling van enkele uren om de twee weken.
Het hof heeft de zorgregeling vastgesteld in twee delen: een weekendverblijf van vrijdag 15.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader, en daarnaast minimaal tien uren per maand contact, waarbij de minderjarige in overleg met de vader de invulling bepaalt. Het hof vindt de minderjarige te jong om volledige regie te geven, maar wil haar wel een mate van vrijheid bieden om het contact niet als keurslijf te laten ervaren.
De vader heeft het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie voor de meerderjarige [de minderjarige3] ingetrokken, waardoor hij voor dat deel niet-ontvankelijk is verklaard. De alimentatie voor de minderjarige blijft ongewijzigd met een zorgkorting van 5%, passend bij de vastgestelde zorgregeling. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het hof motiveert dat het verblijf bij de vader thuis, inclusief overnachting, belangrijk is voor een wezenlijke vaderrol en dat het contact genormaliseerd moet worden, zodat de minderjarige haar normale sociale leven kan voortzetten. De regeling houdt rekening met de gezinssituatie van de vader en de emotionele kwetsbaarheid van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof stelt een zorgregeling vast met een maandelijkse weekendverblijf en aanvullende contacturen en verklaart de vader niet-ontvankelijk voor het verzoek tot wijziging van alimentatie voor de meerderjarige.