Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2024:5149

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 augustus 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
200.327.057
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:163 BWArt. 358 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige inschrijving echtscheidingsbeschikking

Partijen zijn in 1988 naar Marokkaans recht getrouwd en de rechtbank heeft op 15 februari 2023 de echtscheiding uitgesproken. De beschikking bepaalde onder meer dat de man partneralimentatie aan de vrouw moest betalen vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

De man kwam in hoger beroep met grieven over de behoefte van de vrouw en zijn draagkracht, met het verzoek de partneralimentatie te vernietigen. De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren.

Het hof constateerde dat de echtscheidingsbeschikking niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking (15 november 2023) was ingeschreven. Hierdoor verloor de beschikking haar kracht, waardoor het hoger beroep van de man geen zin meer had.

Het hof verklaarde de man daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking niet. De uitspraak werd gedaan op 13 augustus 2024 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep wegens niet tijdige inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.327.057
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 516768)
beschikking van 13 augustus 2024
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats1] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. S. Makhloufi te Utrecht.

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 15 mei 2023;
  • het verweerschrift met productie, ingekomen op 19 september 2023.
2.2
De mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid heeft op 10 januari 2024 plaatsgevonden. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Er is vervolgens een reguliere mondelinge behandeling gepland op 23 april 2024. Daarna heeft het hof ontvangen:
  • een e-mailbericht van mr. Flipse van 22 april 2024 met het verzoek de mondelinge behandeling aan te houden omdat de man geen advocaat meer heeft;
  • drie e-mailberichten van mr. Makhloufi van 23 april 2024 met daarin geuit bezwaar tegen aanhouding van de mondelinge behandeling.
2.3
Het hof heeft partijen vervolgens bericht dat het uitstelverzoek is gehonoreerd en dat het hof had geconstateerd dat de echtscheiding nog niet was ingeschreven. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 30 april 2024 uit te laten wat er met de zaak moest gebeuren. Daarna heeft het hof ontvangen:
- een e-mailbericht van mr. Makhloufi van 25 april 2024 met het verzoek de man in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

3.De feiten

Partijen zijn naar Marokkaans recht [in] 1988 met elkaar getrouwd bij
het consulaat van het Koninkrijk Marokko in Amsterdam. De rechtbank heeft bij de
bestreden beschikking de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

4.Het geschil

3.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, en voor zover hier van belang -uitvoerbaar bij voorraad- bepaald dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw moet betalen van € 426,- per maand.
3.2
De man is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien op de behoefte/ behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking wat betreft de partneralimentatie te vernietigen.
3.3
De vrouw voert verweer en zij verzoekt het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot vernietiging van de bestreden beschikking en om de bestreden beschikking te bekrachtigen, kosten rechtens.

4.De overwegingen voor de beslissing

4.1
Een echtscheiding komt tot stand door de inschrijving van de beschikking in de
registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). Op grond van artikel 1:163 lid 3 BW Pro moet deze inschrijving uiterlijk zes maanden na de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan plaatsvinden. Op grond van artikel 358 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de echtscheiding drie maanden na 15 februari 2023 (de dag van de uitspraak) in kracht van gewijsde gegaan.
Dat betekent dat de echtscheidingsbeschikking uiterlijk 15 november 2023 kon worden
ingeschreven. Uit de Basisregistratie Personen (BRP) van partijen blijkt dat dit niet is gebeurd. Dit betekent dat de bestreden beschikking haar kracht is verloren (zie artikel 1:163 lid 3 BW Pro) en behandeling van het hoger beroep van de man geen zin meer heeft.
4.2
Het hof zal de man daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek in hoger
beroep.

5.De slotsom

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.E. Grosscurt, S. Kuijpers en P.B. Kamminga, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 13 augustus 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.