ECLI:NL:GHARL:2024:5215
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter wegens motiveringsgebrek in Wahv-zaken
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen de officier van justitie ongegrond verklaarde. Het hof oordeelt dat de kantonrechter zijn beslissing niet deugdelijk heeft gemotiveerd, in strijd met artikel 13, tweede lid, van de Wahv. De kantonrechter verwees slechts naar eerdere uitspraken zonder concreet aan te geven waarom de beroepsgronden niet slagen.
Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en beoordeelt zelf het beroep tegen de officier van justitie. Het hof constateert dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door de gemachtigde niet te horen, wat niet gecompenseerd wordt door een schriftelijke toelichting. Desondanks wordt de gedraging van de betrokkene, een snelheidsovertreding van 17 km/u op een autosnelweg buiten de bebouwde kom, vastgesteld op basis van het dossier.
De aangevoerde bezwaren tegen de bevoegdheid van de ambtenaar en het ontbreken van een proces-verbaal van bevindingen worden verworpen. Ook het ontbreken van een proces-verbaal met betrekking tot het snelheidsmeetmiddel leidt niet tot twijfel aan de vaststelling. Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard.
Het hof kent een proceskostenvergoeding toe aan de betrokkene vanwege het gebrek aan rechterlijke beoordeling door de kantonrechter, maar verklaart het verzoek om immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot betaling van € 656,25 aan proceskosten.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard, maar het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard.