Deze zaak betreft twee minderjarige kinderen die onder toezicht zijn gesteld en enige tijd uit huis geplaatst zijn geweest. De moeder is het niet eens met de ondertoezichtstelling en is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de kinderrechter. Het hof heeft de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en de ondertoezichtstelling gehandhaafd.
De kinderen hebben een wisselende woon- en opvoedsituatie gekend, met periodes bij familieleden en co-ouderschap. Ondanks positieve ontwikkelingen, zoals samenwerking van de moeder met hulpverleners en aanmelding voor systeemtherapie, is de thuissituatie nog niet voldoende stabiel om de ondertoezichtstelling te beëindigen.
Het hof benadrukt dat de moeder nog niet volledig open is over belangrijke personen in haar leven, wat essentieel is voor het monitoren van de stabiliteit van de kinderen. Ook de komst van een derde kind brengt extra uitdagingen mee. Daarom blijft de ondertoezichtstelling noodzakelijk tot de rust en stabiliteit duurzaam zijn gewaarborgd.
De moeder heeft verzocht om de raad in de proceskosten te veroordelen, maar dit verzoek is afgewezen omdat zij niet in het gelijk is gesteld. De beschikking van de kinderrechter blijft ongewijzigd van kracht tot 30 januari 2025.