ECLI:NL:GHARL:2024:5340

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
21 augustus 2024
Zaaknummer
Wahv 200.331.658/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Artikel 11 WahvArtikel 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onbevoegde digitale handhaving in voetgangersgebied Tilburg

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een sanctiebeschikking opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene werd gesanctioneerd voor een overtreding op 21 december 2021 in de Nieuwlandstraat te Tilburg, een locatie die later aan het voetgangersgebied werd toegevoegd en digitaal werd gehandhaafd.

De kern van het geschil betrof de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) om digitaal te handhaven op deze locatie. Het oorspronkelijke plan van aanpak, waar het Openbaar Ministerie mee had ingestemd, omvatte geen digitale handhaving op de Nieuwlandstraat. Hoewel later besloten werd deze locatie toe te voegen aan het voetgangersgebied en digitaal te handhaven, was er geen nieuw plan van aanpak ingediend of expliciete instemming verleend.

Het hof stelde vast dat hierdoor niet werd voldaan aan de vereisten van de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De sanctiebeschikking kon daarom niet in stand blijven en werd vernietigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens digitale handhaving in de Nieuwlandstraat wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van de boa.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.331.658/01
CJIB-nummer
: 246833956
Uitspraak d.d.
: 21 augustus 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 28 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 12 maart 2024 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De in het tussenarrest aan de advocaat-generaal gevraagde informatie is op 7 mei 2024 ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de gemachtigde van de betrokkene.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen om op de door de advocaat-generaal overgelegde informatie te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. In reactie op het tussenarrest van 12 maart 2024 heeft de advocaat-generaal een plan van aanpak d.d. 26 oktober 2018 met als titel “Selectieve toegang kernwinkelgebied” betreffende de gemeente Tilburg overgelegd en laten weten dat het openbaar ministerie heeft ingestemd met dit plan van aanpak waarbij is getoetst aan het Beleidskader. Het is echter niet bekend wanneer de instemming precies is verleend. Bij de instemming is betekenis toegekend aan de voorwaarde uit het Beleidskader dat in de eerste periode wordt volstaan met een waarschuwingsbrief. De waarschuwingsperiode heeft van 17 februari 2020 tot 18 maart 2020 plaatsgevonden. Voor de Nieuwlandstraat is geen nieuw plan van aanpak ingediend en niet expliciet instemming verleend. De advocaat-generaal heeft verder laten weten dat niet kan worden teruggevonden op welke wijze gevolg is gegeven aan de voorwaarde uit het Beleidskader dat de wegindeling er dient uit te zien als een voetgangersgebied.
2. De gemachtigde stelt dat niet is voldaan aan vereisten die zijn neergelegd in het Beleidskader en brengt onder meer naar voren dat de weginrichting in november 2021 is veranderd.
3. De onderhavige sanctie die een gedraging betreft van 21 december 2021, is blijkens een rapport van bevindingen d.d. 12 maart 2021 (het hof leest: 12 maart 2022) opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van het domein Openbare ruimte.
4. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling) bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de boa Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende:
“De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. (…)
Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen (…) 10 (…) RVV (…).
Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Openbaar Ministerie. Een aanvraag tot instemming wordt getoetst aan de door het Openbaar Ministerie hiertoe vastgestelde kaders. De toepasselijke kaders zijn te vinden op www.om.nl/digitaalhandhavenRVV;”.
5. Het dossier bevat een algemeen proces-verbaal d.d. 6 februari 2022. In dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar:
“Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft op 24 maart 2020 besloten om de Nieuwlandstraat ter hoogte van het Radiopleintje, ten zuiden van de Korte Tuinstraat en ten oosten van Heuvelstraat 140 toe te voegen aan het voetgangersgebied. Deze verkeersmaatregel is geregeld met het volgende besluit: Verkeersbesluit d.d. 19 januari 2021 inzake afsluiting Nieuwlandstraat met registratienummer Vkb-def-2019-19. Gepubliceerd op 27 januari 2021 in de Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden 2021 nr. 3585.
Besloten is om het voetgangersgebied aangeduid middels zonaal verkeersbord G7 uit Bijlage 1 van het RVV 1990 met een camera te handhaven.”
6. Uit een door de advocaat-generaal bij het verweerschrift overgelegd aanvullend proces-verbaal d.d. 18 november 2022 blijkt dat er sprake is geweest van een herinrichting van de Nieuwlandstraat en de werkzaamheden daarvoor hebben geduurd tot en met 3 november 2021.
7. Het hof stelt vast dat het plan van aanpak d.d. 26 oktober 2018, waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving op de Nieuwlandstraat in Tilburg omvat. Nadien is besloten om de onderhavige locatie aan de Nieuwlandstraat aan het voetgangersgebied toe te voegen en aldaar het voetgangersgebied (ook) digitaal te handhaven. In de bij het verweerschrift overgelegde bewonersbrief van de gemeente Tilburg d.d. 27 januari 2021 is weliswaar vermeld dat het parket Centrale Verwerking van het Openbaar Miniserie (CVOM) is akkoord gegaan met het cameratoezicht, maar de advocaat-generaal heeft - op vragen van het hof - laten weten dat geen nieuw plan van aanpak is ingediend dan wel niet expliciet instemming is verleend.
8. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat met betrekking tot de onderhavige digitale handhaving niet wordt voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld. Dat brengt mee dat de ambtenaar niet bevoegd is om de onderhavige sanctie wegens overtreding van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) op te leggen. De inleidende beschikking kan derhalve niet in stand blijven.
9. Het hof zal als volgt beslissen.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.343,- (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2 x € 875,- x 0,5)).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.343,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.