Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- mr. Sahin namens de man,
- en [naam1] als tolk, en
- de man, door middel van een Microsoft Teams-verbinding.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, een vrouw met Nederlandse nationaliteit en een man met Iraanse nationaliteit, tekenden in Griekenland een religieuze huwelijksakte waarin een bruidsgave van €5.000,- werd vastgelegd. Zij woonden echter niet samen als gehuwd. De vrouw vorderde nakoming van de verplichtingen uit deze akte, maar de kantonrechter wees haar vorderingen af en oordeelde dat geen rechtsgeldig religieus huwelijk tot stand was gekomen.
In hoger beroep stelde de vrouw dat de Nederlandse rechter rechtsmacht had op grond van Brussel I-bis en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het hof oordeelde echter dat de bruidsgave een rechtsverhouding sui generis is die niet valt onder de definitie van een burgerlijke of handelszaak in Brussel I-bis. Ook op grond van het Rv ontbrak de Nederlandse rechter rechtsmacht, omdat de man geen woonplaats in Nederland heeft en de verbintenis niet in Nederland is uitgevoerd.
Het hof overwoog verder dat artikel 9 Rv Pro, dat in uitzonderlijke gevallen rechtsmacht kan verlenen, niet van toepassing is omdat de man niet stilzwijgend rechtsmacht heeft aanvaard en procederen in Italië of Griekenland mogelijk en redelijk is. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en verklaarde de Nederlandse rechter onbevoegd. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de aard van de zaak.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de zaak over de religieuze huwelijksakte en bruidsgave.