Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een vader tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vaststelling van een zorgregeling voor zijn jongste kind. De ouders leven gescheiden en hebben een langdurig conflict over de verblijfplaats en omgang met hun kinderen, waarbij de oudste zoon in Egypte verblijft en het contact met de vader niet wordt nageleefd.
De moeder vreest ontvoering van het jongste kind door de vader, wat mede voortkomt uit de problematische omgang met de oudste zoon. De vader heeft na toezeggingen niet meegewerkt aan terugkeer van de oudste naar Nederland en voert procedures in Egypte. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming constateerden dat ouderschapsbemiddeling faalde en dat de ouders niet in staat zijn basale afspraken te maken en na te komen.
Het hof oordeelde dat het op dit moment niet in het belang van het jongste kind is om contact met de vader op te bouwen vanwege het grote wederzijdse wantrouwen en voortdurende juridische procedures. Er is geen concrete basis of zicht op een succesvolle omgangsregeling. Het verzoek tot zorgregeling wordt daarom afgewezen en de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vader wordt afgewezen en de zorgregeling wordt niet vastgesteld vanwege het ernstig verstoorde ouderschapsconflict.