Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
“ivm financiering huis”.In hoger beroep heeft de man ook nog een eedaflegging bij notariële akte ingediend, waaruit blijkt dat zijn moeder op 5 januari 2024
“de eed heeft afgelegd ten aanzien van een schenking aan haar zoon (…) ten bedrage van zestienduizend euro (€ 16.000,00) onder een uitsluitingsclausule op achttien februari tweeduizend vijftien en haar aan mij, notaris gerichte verklaring dat zij het bankafschrift heeft verstrekt en dat het een correcte en complete weergave inhoudt van de door haar afgelegde verklaring.”Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de man
bij de giftbepaald worden dat deze buiten de gemeenschap viel. Dat is (op dat moment) niet gebeurd. Ook het hof zal het verzoek van de man om te bepalen dat hem bij verkoop van de woning een bedrag van
[naam4] ”. De omschrijvingen hierbij luiden
“rente”, met een jaartal,
“voorschot schenking”en
“verrekening”, maar in geen van de gevallen betreffen deze omschrijvingen een verwijzing naar de schenkingsbedragen van 11 mei 2007,
“Totale waarde € 777”en
“Mijn waarde € 0”. Het is onduidelijk welke waarde moet worden aangehouden. De vrouw kan zich niet vinden in een toedeling van de BMW aan de man voor € 0 en wil de auto dan zelf toegedeeld krijgen. De man voert echter aan dat hij de auto nodig heeft. De enige reden dat de vrouw toedeling aan haar vraagt, is gelegen in de waarde. Het gerechtshof acht het niet aannemelijk dat de BMW niets waard is en gaat uit van de in het taxatierapport genoemde waarde van € 777. Het hof zal de BMW voor deze waarde aan de man toedelen, onder de verplichting € 388,50 aan de vrouw te voldoen.