De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de etagewoning per 1 januari 2020 vastgesteld op €141.000, wat leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2021. Belanghebbende betwistte deze waarde en maakte bezwaar, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank, welke het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 7 augustus 2024 werd door de heffingsambtenaar een taxatierapport overgelegd waarin de waarde werd onderbouwd met verkoopcijfers van vergelijkbare woningen binnen hetzelfde appartementencomplex. Het hof achtte de referentieobjecten, met name een woning met dezelfde inhoud, bouwjaar en locatie, goed vergelijkbaar en vond de gehanteerde waarde aannemelijk.
Belanghebbende verwees naar een koopprijs van een woning in september 2023, maar het hof vond deze te ver van de waardepeildatum om als maatstaf te dienen. Gezien de beschikbare transacties rond de waardepeildatum was het hof van oordeel dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.