Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 25 augustus 2019 te [pleegplaats] , althans in Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Gelderland vernietigd en verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en zware mishandeling. De zaak betreft een incident op 25 augustus 2019 waarbij het slachtoffer door toedoen van verdachte en diens neef gewond raakte na een aanrijding.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens poging zware mishandeling, maar het hof oordeelde dat er te veel twijfel bestaat over het bewustzijn en opzet van verdachte en zijn neef. Het hof stelde vast dat de medeverdachte het slachtoffer had geduwd waarna verdachte het slachtoffer aanreed, maar kon niet uitsluiten dat dit een noodlottige samenloop van omstandigheden was.
Het hof concludeerde dat onvoldoende bewijs bestaat dat verdachte zich bewust was van het risico dat het slachtoffer op de weg terecht zou komen en dat hij opzet had op het aanrijden. Ook de betrokkenheid en bewustzijn van de neef werden betwijfeld. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan de tenlastegelegde feiten. Het hof verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
De uitspraak werd gedaan door mr. C.H. Zuur, mr. Th.C.M. Willemse en mr. J.P.H. van Driel van Wageningen op 16 september 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag en zware mishandeling wegens twijfel aan opzet.