ECLI:NL:GHARL:2024:5871
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen
De moeder en vader zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen die sinds november 2022 bij de vader wonen. De kinderrechter stelde de kinderen in juli 2023 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging, met een termijn tot juli 2024. De GI verzocht verlenging van deze ondertoezichtstelling, maar dit verzoek werd door de kinderrechter afgewezen in juli 2024.
De GI ging in hoger beroep tegen deze afwijzing. De vader voerde verweer en stelde dat de GI niet-ontvankelijk was omdat de ondertoezichtstelling al was geëindigd. Het hof oordeelde echter dat de GI wel ontvankelijk was omdat het hoger beroep tijdig was ingesteld binnen de wettelijke termijn. Het hof vond dat het verweer van de vader zou leiden tot onredelijke beperking van het recht op hoger beroep en rechtsongelijkheid.
Inhoudelijk overwoog het hof dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging nog steeds bestond, met name door het ontbreken van contact tussen de kinderen en hun moeder en het loyaliteitsconflict. Het rapport van de raad voor de kinderbescherming gaf aan dat het contact tussen moeder en kinderen sinds de scheiding volledig was verbroken zonder duidelijke reden. De GI had een MASIC-onderzoek gestart om de oorzaken te achterhalen, maar dit onderzoek was door de vader stopgezet.
Het hof vond het onbegrijpelijk dat de kinderrechter het MASIC-onderzoek niet had afgewacht en oordeelde dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk was omdat de hulpverlening niet vrijwillig kon plaatsvinden. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de kinderrechter en wees het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling toe voor de duur van een jaar.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling toe voor de duur van een jaar.