Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
[verweerster].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot dwangakkoord onder artikel 287a lid 5 Faillissementswet. Verzoeker, een zelfstandige kraanmachinist, bood een schuldenregeling aan waarbij schuldeisers 12,74% van hun vorderingen ontvangen, gefinancierd met een Bbz-krediet van €15.000. Twaalf schuldeisers stemden in, maar de ex-partner van verzoeker, schuldeiser met een alimentatieschuld van €7.640, weigerde.
De rechtbank wees het verzoek af vanwege onduidelijkheid over het voorstel en onvoldoende bewijs dat het maximaal haalbare werd geboden. Verzoeker betoogde dat het voorstel goed gedocumenteerd was en gunstiger dan een WSNP-traject. Het hof stelde vast dat verzoeker zijn subsidiar verzoek tot toelating WSNP had ingetrokken en dat het voorstel een saneringskrediet betrof met een gegarandeerde uitkering.
Het hof oordeelde dat de schuldeisers voldoende inzicht hadden in het aanbod en dat het voorstel het maximaal haalbare was. De alimentatieschuld van de ex-partner was relatief klein en haar weigering niet redelijk, temeer daar zij onvoldoende bewijs leverde van onwil of onrechtmatigheid van de schuld. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en beval de ex-partner in te stemmen met het dwangakkoord.
Uitkomst: Het hof beveelt de ex-partner in te stemmen met het dwangakkoord en vernietigt het vonnis van de rechtbank.