ECLI:NL:GHARL:2024:5919

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
Wahv 200.340.169/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging sanctie voor snelheidsovertreding ondanks persoonlijke financiële situatie bestuurder stichting

De betrokkene, bestuurder van een stichting, was als kentekenhouder opgelegd een sanctie van €267 wegens 27 km/u te hard rijden op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. De kantonrechter matigde dit bedrag tot €133,50 vanwege schending van de hoorplicht en omstandigheden aangevoerd door de gemachtigde.

De betrokkene stelde in hoger beroep dat de sanctie te hoog was gelet op zijn desastreuze financiële situatie en de nobele doelen van de stichting. Tevens werd aangevoerd dat de overtreding per ongeluk was begaan en dat de hoorplicht was geschonden.

Het hof oordeelde dat de sanctie tariefmatig is vastgesteld en dat slechts bijzondere omstandigheden tot afwijking kunnen leiden. Het per ongeluk verrichten van de overtreding en de financiële situatie van de bestuurder zijn geen gronden voor verdere matiging. Ook het nastreven van een goed doel door de stichting biedt geen vrijstelling.

De matiging van 25% vanwege schending van de hoorplicht is passend en het hof ziet geen reden tot verdere vermindering. Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.

Uitkomst: De matiging van de sanctie tot €133,50 wordt bevestigd, verdere vermindering wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.340.169/01
CJIB-nummer
: 253832683
Uitspraak d.d.
: 19 september 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 8 maart 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De vertegenwoordiger van de betrokkene is [naam1] , wonende te [plaats1] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd in die zin dat het sanctiebedrag wordt gematigd tot een bedrag van € 133,50.

Het verloop van de procedure

De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De vertegenwoordiger van de betrokkene, bestuurder van de stichting, voert tegen de beslissing van de kantonrechter aan dat hier in staat dat hij eigenaar van een stichting is, maar een stichting heeft geen eigenaar. Daarnaast staat er dat hoger beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank Den Haag, maar verderop staat dat hoger beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank Arnhem/Leeuwarden, zonder adres.
2. Anders dan de vertegenwoordiger stelt, is in de beslissing van de kantonrechter niet overwogen dat de gemachtigde de eigenaar is van de stichting. Ten aanzien van de opmerkingen van de vertegenwoordiger over het instellen van hoger beroep merkt het hof op dat onder de beslissing van de kantonrechter is vermeld dat hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en dat het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland. Dat is juist. Zoals de advocaat-generaal in het verweerschrift terecht opmerkt, moet dit zo te worden gelezen dat het hoger beroep wordt behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en dat deze procedure aanvangt door het indienen van het hoger beroepschrift bij de rechtbank Noord-Holland. Het hof ziet hierin geen aanleiding tot het vernietigen van de beslissing van de kantonrechter.
3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 267,- voor: “27 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 november 2022 om 18:40 uur op de A4, Hoofddorp links, in Rijsenhout met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd naar € 133,50 gelet op de door de gemachtigde aangevoerde omstandigheden en in verband met schending van de hoorplicht.
4. De vertegenwoordiger voert verder aan dat hij blijft bij eerder genoemde standpunten en dat hij de vermindering van het sanctiebedrag te weinig vindt gelet op alle omstandigheden. Zijn desastreuze financiële situatie lijkt hem genoeg voor een vermindering van het sanctiebedrag tot nihil of kwijtschelding. De vertegenwoordiger zit in de schuldsanering. Daarnaast is de gedraging per ongeluk verricht en de vertegenwoordiger zal het nooit meer doen. De hoorplicht was bij beide boetes geschonden. De vertegenwoordiger verzoekt er rekening mee te houden dat de stichting een goed en nobel doel nastreeft, dat de wereld kan redden en leefbaar kan houden.
5. De vertegenwoordiger erkent dat hij de gedraging heeft verricht. Dat staat dan ook vast. Gelet op wat wordt aangevoerd, dient het hof te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie (verder) te matigen.
6. Het hof stelt het volgende voorop. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
7. Dat de vertegenwoordiger de gedraging per ongeluk heeft verricht, vormt niet een dergelijke omstandigheid. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de regelgever niet afhankelijk gesteld van opzet of gevaarzetting.
8. Het is daarnaast vaste rechtspraak van het hof dat het sanctiebedrag wordt gematigd met 25% bij schending van de hoorplicht, terwijl de betrokkene niet is bijgestaan door een professioneel gemachtigde. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag mede om deze reden gematigd. Het hof ziet hierin geen aanleiding het sanctiebedrag verder te matigen dan de kantonrechter al heeft gedaan.
9. De vertegenwoordiger beschrijft zijn persoonlijke financiële situatie, maar de sanctie is opgelegd aan de [de betrokkene] als de kentekenhouder. De financiële situatie van een individuele bestuurder van een stichting geeft geen aanleiding voor een (verdere) matiging van het sanctiebedrag. Met alle respect voor de inzet van de betrokkene voor de natuur, is het hof van oordeel dat ook de omstandigheid dat de stichting een goed doel nastreeft, geen reden is om en sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie (verder) te matigen. Vertegenwoordigers van de betrokkene dienen zich als iedere verkeersdeelnemer te houden aan de verkeersregels.
10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.