In deze civiele procedure in hoger beroep staat centraal of appellant aanspraak kan maken op schadevergoeding wegens schending van een overeenkomst door DHC, die niet heeft gezorgd voor een toegangsweg van de overeengekomen breedte van 3 meter. Het hof heeft eerder geoordeeld dat de weg slechts 2,45 meter breed is op een deel, waardoor DHC niet volledig aan haar verplichting heeft voldaan.
Het hof heeft besloten dat een deskundige moet worden benoemd om de omvang van de schade vast te stellen. Partijen verschillen van mening over het aantal en de deskundigheid van de te benoemen deskundigen. Het hof oordeelt dat één deskundige volstaat, met expertise in taxaties van bijzondere onroerende zaken, bij voorkeur een registermakelaar en taxateur, en dat deze deskundige onafhankelijk moet zijn en volgens wettelijke regels moet werken.
De deskundige krijgt de opdracht de waarde van het perceel met de huidige wegbreedte en in een fictieve situatie met de volledige 3 meter brede weg te bepalen, rekening houdend met het gebruik als woonhuis en kantoorruimte en relevante publiekrechtelijke en privaatrechtelijke beperkingen. Het voorschotbedrag wordt vastgesteld op €17.035,00, te betalen door appellant. Het deskundigenbericht moet uiterlijk 1 februari 2025 worden ingediend, waarna partijen kunnen reageren. Verdere beslissingen worden aangehouden.