ECLI:NL:GHARL:2024:6151

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 oktober 2024
Publicatiedatum
2 oktober 2024
Zaaknummer
Wahv 200.341.443/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste oplegging aan kentekenhouder zonder vaststelling bestuurder

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C2) op 19 december 2022 in Den Haag. De betrokkene stelde dat de ambtenaar wel degelijk een staandehouding verrichtte, ondanks dat deze in een privévoertuig reed.

Volgens artikel 5 Wahv Pro mag een sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd als de bestuurder niet kan worden vastgesteld. De ambtenaar verklaarde echter dat hij uit zijn privévoertuig stapte, op het raam klopte, zich identificeerde en de bestuurder aansprak. Er ontbreekt informatie waarom de identiteit niet kon worden vastgesteld.

Het hof oordeelt dat onder deze omstandigheden de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd en vernietigt de beschikking. De overige bezwaren behoeven geen bespreking meer.

Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gegronde reden waarom de bestuurder niet kon worden vastgesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.341.443/01
CJIB-nummer
: 254630073
Uitspraak d.d.
: 2 oktober 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 15 maart 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 december 2022 om 17.37 uur op de Chasséstraat te ’s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert onder meer aan dat ten onrechte is vermeld dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden omdat de ambtenaar in een privévoertuig reed. De ambtenaar heeft haar namelijk klem gereden, op het raam geklopt, zijn politiebadge getoond en een boete aangezegd.
3. Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt, voor zover hier van belang, dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was opgegeven.
4. Uit deze bepaling volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
5. In de verklaring van de ambtenaar zoals die is opgenomen in het zaakoverzicht valt daarover het volgende te lezen: “Reden geen staandehouding: Ik reed in mijn privévoertuig.”
6. In een aanvullend proces-verbaal van 11 maart 2024 verklaart de ambtenaar onder meer als volgt:
“Ik, verbalisant, zag dat het zwarte voertuig rechtdoor reed over de trambaan heen waar een rood rond verkeersbord met witte binnenkant RVV C01 (het hof begrijpt: bord C2, stond. Dit bord) betekent ‘verboden in te rijden’. (…) Ik, verbalisant, heb bij de eerst volgende mogelijkheid mijn privévoertuig gekeerd en ben achter de bestuurder van het zwarte voertuig gereden. Ik, verbalisant, stond achter het zwarte voertuig stil op de Waldeck Pyrmontkade met de verkeerslichten Groot Hertoginnelaan. Ik, verbalisant, zag dat de verkeerslichten op rood stonden. Ik, verbalisant, ben uit mijn privévoertuig gestapt en heb aan de bestuurderskant op het raam geklopt. Ik, verbalisant, identificeerde mij met mijn politielegitimatie. Ik, verbalisant, zag een mevrouw achter het stuur zitten. Ik, verbalisant, zag dat mevrouw haar raam aan de bestuurderskant opende. Ik, verbalisant, zei: “Dat mevrouw een gevaarlijke verkeerssituatie had veroorzaakt”. Of woorden van gelijke strekking. Ik, verbalisant, heb mevrouw een proces-verbaal aangezegd voor het negeren van het bord ‘verboden in te rijden’ (…).”
7. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat hij de bestuurder heeft aangesproken en een sanctie heeft aangezegd. Informatie waarom de ambtenaar daarbij niet de gelegenheid heeft gehad om de identiteit van de bestuurder vast te stellen ontbreekt. Onder deze omstandigheden is de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Gelet hierop behoeven de overige bezwaren van de betrokkene tegen de inleidende beschikking geen bespreking meer.
8. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.