ECLI:NL:GHARL:2024:6205
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatiebeslissing na onvoldoende onderbouwing draagkracht man
Partijen hadden een geregistreerd partnerschap dat in 2015 werd ontbonden. Zij zijn gezamenlijk ouders van twee minderjarige kinderen over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In een ouderschapsplan was de behoefte van de kinderen aan kosten van levensonderhoud vastgesteld op € 571,- per maand met een kinderalimentatie van nihil. De rechtbank wijzigde dit in 2023 en legde de man een bijdrage van € 571,- per maand op vanaf 1 januari 2024.
De man ging in hoger beroep en verzocht de alimentatie vast te stellen op € 25,- per kind per maand, stellende dat hij een ziekte-uitkering ontvangt van circa € 1.400,- netto per maand. De vrouw betwistte deze draagkracht en vroeg het hof de beschikking te bekrachtigen of een lagere bijdrage vast te stellen.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende financiële stukken had overgelegd om zijn draagkracht aannemelijk te maken. Hij had geen loonstroken, uitkeringsspecificaties of medische verklaringen ingediend en had ook niet aangetoond dat hij niet zou kunnen werken of zijn verdiencapaciteit benut. De door hem overgelegde bankafschriften werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Gezien het gebrek aan onderbouwing kon het hof niet vaststellen dat de draagkracht van de man onvoldoende was om de vastgestelde alimentatie te betalen. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank over kinderalimentatie wegens onvoldoende onderbouwing van de draagkracht door de man.