ECLI:NL:GHARL:2024:6326
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige in belang verzorging en opvoeding
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige heeft verleend. De moeder van het kind is tegen deze beschikking in beroep gegaan en verzoekt vernietiging en afwijzing of bekorting van de machtiging.
De minderjarige staat sinds 2022 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI). De kinderrechter heeft in oktober 2023 een spoedmachtiging verleend voor uithuisplaatsing bij de vader, en later een machtiging voor plaatsing in een netwerkpleeggezin bij de oma van vaderszijde. Sinds maart 2024 verblijft de minderjarige feitelijk bij deze oma.
Het hof stelt vast dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. Ondanks de goede wil van de moeder en haar moeite met de omgangsbeperking, zijn de zorgen over het psychische welzijn van de moeder en stiefvader nog niet weggenomen. Het lopende NIFP-onderzoek moet worden afgewacht.
De moeder heeft eerder beschuldigingen geuit over seksueel misbruik door de vader, die na onderzoek niet zijn bevestigd. Hoewel zij excuses heeft aangeboden, blijft wantrouwen bestaan bij haar en de stiefvader, wat het vertrouwen tussen de ouders schaadt. Het hof oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing gehandhaafd moet blijven en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij het netwerkpleeggezin.