Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2015 gescheiden. De gezamenlijke woning viel binnen de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en was belast met een hypothecaire lening. De rechtbank had in eerdere beschikkingen bepaald dat de man twee maanden de tijd had om de woning over te nemen onder voorwaarden, waaronder ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid.
De man heeft deze termijn niet nageleefd en is niet tijdig nagekomen aan zijn verplichtingen. Ondanks dat hij later voorstellen deed om de woning over te nemen, waren deze onvoldoende onderbouwd en financieel niet realistisch. De vrouw heeft daarom de rechtbank verzocht haar te machtigen tot verkoop van de woning, hetgeen werd toegewezen.
De man ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht om alsnog toedeling van de woning aan hem. Het hof oordeelt dat de belangen van de vrouw bij verkoop zwaarder wegen, gelet op het niet-nakomen van de afspraken en het tijdsverloop. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de vrouw machtigt tot verkoop van de woning en wijst het hoger beroep van de man af.