ECLI:NL:GHARL:2024:6434

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
23/2409
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet WOZ
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde vrijstaande villa na hoger beroep

De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een vrijstaande villa per waardepeildatum 1 januari 2021 vast op €1.813.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. Na afwijzing van het bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof.

Tijdens de zitting van het gerechtshof op 24 september 2024 bereikten partijen een compromis over de WOZ-waarde, die werd vastgesteld op €1.639.000. Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraken en paste de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aan.

Daarnaast veroordeelde het hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €3.628,26, en tot vergoeding van de betaalde griffierechten van €186. De uitspraak werd gedaan door raadsheer J.M.W. van de Sande op 15 oktober 2024.

Uitkomst: Het hof vermindert de WOZ-waarde tot €1.639.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 23/2409
uitspraakdatum: 15 oktober 2024
Uitspraak van de drieëntwintigste enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende]te
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 12 juni 2023, nummer UTR 22/4267, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Laren(hierna: de heffingsambtenaar)

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2021 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 1.813.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd.
1.2.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord A. Oosters, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar.

2.Overwegingen

2.1.
De woning is een vrijstaande villa uit 1950 met een garage, twee bergingen, een tuinhuis, een zwembad en een kas. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 242 m² en ligt op een perceel van 6.950 m².
2.2.
In hoger beroep is in geschil of de waarde van de woning per de waardepeildatum te hoog is vastgesteld.
2.3.
Ter zitting van het Hof hebben partijen overeenstemming bereikt over de waarde. Zij hebben zich gezamenlijk op het standpunt gesteld dat die op de waardepeildatum moet worden vastgesteld op € 1.639.000. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
2.4.
Nu het Hof het hoger beroep gegrond verklaart, zal het Hof de heffingsambtenaar veroordelen in de kosten die belanghebbende voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken. Het Hof stelt die kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 3.500 (voor de kosten in eerste aanleg 2 punten (beroepschrift, bijwonen zitting) x wegingsfactor 1 x € 875) en voor de kosten in hoger beroep 2 punten (hogerberoepschrift, bijwonen zitting) x wegingsfactor 1 x € 875). Verder komt het taxatierapport tot een bedrag van € 128,26 voor vergoeding in aanmerking, zodat de proceskosten in totaal € 3.628,26 bedragen.
2.5.
Ook dient de heffingsambtenaar de in beroep en hoger beroep betaalde griffierechten te vergoeden.
2.6.
Gelet op het voorgaande is het hoger beroep gegrond.

3.Beslissing

Het Hof:
– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
– vernietigt de uitspraak op bezwaar,
– vermindert de WOZ-waarde tot € 1.639.000,
– vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig,
– veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.628,26,
– gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 50 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 136 in verband met het hoger beroep bij het Hof.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2024
De griffier, De raadsheer,
E.D. Postema J.M.W. van de Sande
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 16 oktober 2024
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.