Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagsdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2018. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind in een vierwekelijkse cyclus drie weekenden bij de vader verblijft. De moeder verzocht om een andere regeling waarbij het kind in de oneven weken van vrijdag tot dinsdag bij de vader verblijft.
Het hof constateert een wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigt, maar oordeelt dat de door de rechtbank vastgestelde regeling het belang van het kind het beste dient. Het kind gaat goed, heeft baat bij rust en volgt diverse activiteiten bij beide ouders. De moeder ervaart minder qualitytime, maar de vader kan vanwege werk en gezin niet aan haar verzoek voldoen.
Het hof benadrukt dat de ouders hun onderlinge communicatie moeten verbeteren en dat stabiliteit in de zorgregeling voor het kind cruciaal is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder tot wijziging af.