Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Holland van 4 april 2024, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €250,- wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op een weg, vastgesteld op 20 juni 2022 in Zaandam. De sanctie werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de ambtenaar niet kon vaststellen wie de bestuurder was, ondanks dat drie inzittenden in het voertuig zaten en de bestuurder was weggerend.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de ambtenaar onvoldoende inspanning had geleverd om de bestuurder te identificeren, maar het hof oordeelde dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder aanstonds staande te houden. De ambtenaar had het voertuig continu in het oog gehouden en zag dat niemand uitstapte, maar kon niet vaststellen wie reed.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd, omdat artikel 5 Wahv Pro bepaalt dat alleen bij het ontbreken van een reële mogelijkheid tot identificatie de sanctie aan de kentekenhouder mag worden opgelegd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De sanctie van €250,- is terecht opgelegd aan de kentekenhouder omdat de bestuurder niet aanstonds kon worden vastgesteld.