Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die de Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (GI) machtigde om haar dochter uit huis te plaatsen van 27 mei tot 3 oktober 2024. Het hof toetst de rechtmatigheid van deze machtiging, ondanks dat de periode inmiddels is verstreken.
De minderjarige, geboren in 2008, heeft een geschiedenis van toezicht en onveilige thuissituaties, waaronder huiselijk geweld en emotionele verwaarlozing. Zowel de moeder als de vader konden geen stabiel en veilig opvoedingsklimaat bieden. De GI en de vader stelden dat een uithuisplaatsing noodzakelijk was voor haar veiligheid en ontwikkeling.
De moeder betwistte de problematiek rond middelengebruik en de noodzaak van uithuisplaatsing, maar het hof vond de overgelegde stukken en verklaringen overtuigend. Het hof benadrukte dat het kind in een neutrale omgeving moet verblijven om zich te kunnen ontwikkelen zonder loyaalheidsconflicten tussen ouders.
Het hof oordeelde dat geen schending van verdragsrechten plaatsvond en dat de maatregel proportioneel en gerechtvaardigd was. De bestreden beschikking werd dan ook bekrachtigd. Het verzoek van de vader om proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige van 27 mei tot 3 oktober 2024.