ECLI:NL:GHARL:2024:652

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 januari 2024
Publicatiedatum
25 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.322.771/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. C2 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens negeren geslotenverklaring na waarschuwingsperiode

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2) op 7 oktober 2021 op de Bennebroekerdijk in Cruquius. De betrokkene voerde aan dat hij niet kon uitrijden vanwege een wegversperring en dat hij geen bord C2 was gepasseerd. Tevens stelde hij dat hij nooit een waarschuwingsbrief had ontvangen, wat volgens het beleidskader digitale handhaving vereist zou zijn.

Het hof oordeelde dat de stelling over een wegversperring niet aannemelijk was, mede omdat foto's en gemeentelijke informatie geen aanwijzingen daarvoor gaven. De latere uitleg over een stilstaande vrachtwagen werd te laat en ongeloofwaardig geacht. Uit informatie van de gemeente bleek dat de waarschuwingsperiode voor geslotenverklaringen al voor 2010 was beëindigd, waarna direct sancties werden opgelegd.

Daarom was de sanctie terecht opgelegd en was het beroep ongegrond. De kantonrechter had de beroepsgrond over het ontbreken van een waarschuwing onvoldoende gemotiveerd, maar het hof bevestigde de beslissing met verbetering van gronden. Een proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Sanctie van €150 voor negeren geslotenverklaring wordt bevestigd na afwijzing beroep wegens ontbreken wegversperring en waarschuwingsbrief.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.322.771/01
CJIB-nummer
: 246241295
Uitspraak d.d.
: 25 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 27 januari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 18 oktober 2023 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 1 december 2023 is informatie van de advocaat-generaal ontvangen. Deze informatie is (in kopie) doorgestuurd aan de gemachtigde van de betrokkene, die in de gelegenheid is gesteld om daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. Eenrichtingverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2021 om 9:47 uur op de Bennebroekerdijk in Cruquius met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De betrokkene reed op de Bennebroekerdijk in de richting waarin deze voor hem niet was gesloten. Door een wegversperring kon hij deze weg echter niet uitrijden. De wegversperring was niet eerder aangegeven en de betrokkene zag deze pas toen hij aan het einde van de Bennebroekerdijk was. Keren was dan ook de enige optie. Het keren vond plaats nadat de betrokkene de camera al was gepasseerd, maar nog voor het bord C2. De betrokkene heeft dus geen bord C2 gepasseerd. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft de gemachtigde een situatieschets overgelegd. Verder voert de gemachtigde aan dat is gehandeld in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden van augustus 2018 (hierna: Beleidskader), omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat aan de betrokkene in de eerste periode een waarschuwingsbrief is verzonden. De betrokkene heeft nimmer een waarschuwingsbrief ontvangen. De kantonrechter is niet ingegaan op deze beroepsgrond, zodat diens beslissing voor vernietiging in aanmerking komt.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht houdt zakelijk weergegeven en voor zover relevant in dat geautomatiseerd is geconstateerd en door een camera op een digitale foto is vastgelegd dat met voormeld voertuig op voormelde datum, tijd en plaats is gehandeld in strijd met een bord C2 (eenrichtingsweg) van bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
4. Voorts bevat het de dossier de foto waarmee de gedraging is vastgelegd. Hierop is het voertuig van de betrokkene vanaf de achterzijde te zien. Het bord C2 is niet zichtbaar. Er is geen wegversperring te zien.
5. In het dossier bevinden zich verder schouwrapporten van 6 oktober 2021 en 2 november 2021, waarin staat dat op de genoemde data is geconstateerd dat de bebording op de betreffende locatie aanwezig was en dat er tussen deze schouwmomenten geen onregelmatigheden zijn geweest. Als bijlagen bij deze rapporten zijn foto’s van de bebording aan het einde van de Bennebroekerdijk gevoegd. Op deze foto’s is geen wegversperring te zien.
6. In hoger beroep is door de advocaat-generaal nog aanvullende informatie van de gemeente Haarlemmermeer overgelegd, waarin staat dat er in de systemen van de gemeente niets bekend is over een tijdelijke verkeersmaatregel op de betreffende locatie in de periode van 7 oktober 2021 tot en met 13 oktober 2021.
7. Het hof acht de - verder niet onderbouwde - stelling van de betrokkene dat hij voor het bord C2 is gekeerd in verband met een wegversperring niet aannemelijk. Tot in hoger beroep is volstaan met de opmerking dat sprake is geweest van een wegversperring die niet was aangekondigd. Daarmee is de suggestie gewekt dat sprake is geweest van een langer durende verhindering van de doorgang over de weg die bij de gemeente bekend moet zijn geweest. Op de foto’s is niets te zien van een wegversperring en daarover is ook niets bekend bij de gemeente. Eerst naar aanleiding van de in hoger beroep door de advocaat-generaal overgelegde aanvullende informatie van de gemeente is namens de betrokkene aangevoerd dat de weg werd versperd door een vrachtwagen die - naar het hof begrijpt - enige tijd stilstond op de rijbaan waardoor de betrokkene moest wachten. Daarmee is een andere invulling gegeven aan de tot dat moment aangevoerde grond. De juistheid van deze aldus ingevulde grond kan ook niet nader worden onderzocht. Dat deze invulling pas in zo late fase is gedaan maakt dat het hof deze niet geloofwaardig acht. Daarom gaat het hof hieraan voorbij. Aldus kan op basis van de gegevens in het dossier worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Bij tussenarrest van 18 oktober 2023 heeft het hof verzocht om nadere informatie van de gemeente Haarlemmermeer over de wijze waarop door de gemeente invulling wordt gegeven aan het vereiste van het Beleidskader dat met een waarschuwing moet worden volstaan in de eerste periode.
9. Uit de door de advocaat-generaal ingebrachte informatie van de gemeente Haarlemmermeer blijkt dat ten aanzien van de onderhavige geslotenverklaring voor 2010 een waarschuwingsbeleid is gehanteerd, waarbij er gedurende een bepaalde periode bij iedere eerste keer doorrijden een waarschuwing werd verstuurd, dat niet duidelijk is van wanneer tot wanneer deze waarschuwingsperiode precies heeft geduurd, maar dat al vanaf 2010 niet meer wordt gewaarschuwd en voor elke overtreding direct een sanctie wordt opgelegd.
10. Uit de bovengenoemde informatie volgt dat de gemeente voor 2010 gedurende een bepaalde termijn een waarschuwingsperiode heeft gehanteerd, waarbij aan kentekenhouders van voertuigen, waarmee in die periode de onderhavige geslotenverklaring werd genegeerd, een waarschuwingsbrief is gestuurd. In de onderhavige zaak is de geslotenverklaring op 7 oktober 2021 genegeerd. Dit is ruimschoots na de door de gemeente gehanteerde waarschuwingsperiode. Dit brengt mee dat de ambtenaar niet was gehouden de betrokkene een waarschuwing te sturen in plaats van een sanctie op te leggen. Van handelen in strijd met het Beleidskader is niet gebleken. De ambtenaar mocht dan ook gebruik maken van zijn bevoegdheid om voor de geconstateerde gedraging een sanctie op te leggen.
11. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Met de gemachtigde stelt het hof vast dat de kantonrechter niet is ingegaan op de beroepsgrond betreffende het niet ontvangen van een waarschuwing. De beslissing van de kantonrechter is in zoverre dan ook onvoldoende met redenen omkleed en zal daarom worden bevestigd met verbetering van gronden. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.