Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof in het kort en de feiten
4.De beoordeling
. [1]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over gebreken aan een woning die in 2007/2008 door de geïntimeerde bouwer is gebouwd voor de vorige eigenaar, [naam1]. Deze eigenaar sloot in 2011 een vaststellingsovereenkomst met de bouwer waarin finale kwijting werd overeengekomen voor alle aanspraken, inclusief toekomstige gebreken.
In 2017 kochten de appellanten de woning en stelden later gebreken vast aan het dak, balkon en onderdorpels. Zij vorderden schadevergoeding van de bouwer, stellende dat de aanspraken op hen waren overgegaan via de koopovereenkomst met een overdracht van rechten. De rechtbank wees deze vorderingen af en het hof bekrachtigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst een finale regeling inhoudt die ook toekomstige gebreken omvat. De appellanten hebben onvoldoende feiten aangevoerd om een beperkte uitleg van deze overeenkomst te rechtvaardigen. De vorderingen worden daarom afgewezen en de appellanten worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de vorderingen wegens finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst afwijst.