Op 16 juli 2011 raakte verzoekster betrokken bij een kettingbotsing waarbij zij door een bij TVM verzekerd voertuig van achteren werd aangereden. TVM erkende aansprakelijkheid, maar betwist het causaal verband tussen het ongeval en de door verzoekster gestelde whiplashklachten, mede vanwege latere geweldsincidenten in 2013 en 2014.
Een neurologische expertise door een gezamenlijke deskundige, [naam1], concludeerde in 2019 dat er geen aanwijzingen waren voor klachten zonder het ongeval. De rechtbank wees in november 2021 het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht af, omdat het rapport onvoldoende onderbouwing bood en inconsistenties in het dossier niet konden worden opgehelderd.
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing en betoogde dat het verzoek wel ter zake dienend was. Het hof oordeelde dat het verzoek concreet en relevant is en dat nader onderzoek door een andere deskundige, [naam2], noodzakelijk is om de medische voorgeschiedenis en geweldsincidenten mee te nemen in de beoordeling van het causaal verband.
Het hof wijst het verzoek toe en bepaalt dat de kosten van het deskundigenbericht ten laste van TVM komen. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de vraagstelling en kostenbegroting. De beslissing is op 24 oktober 2024 in Leeuwarden uitgesproken.