ECLI:NL:GHARL:2024:6601
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijzigt verblijf minderjarige deels ten gunste van netwerkpleeggezin
De zaak betreft het hoger beroep tegen een beslissing van de kinderrechter over de wijziging van het verblijf van een minderjarige die onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De minderjarige woont sinds 2018 bij haar grootouders (beppe en oom) en is sinds 2019 onder toezicht gesteld met een machtiging tot uithuisplaatsing. Door opname van beppe in een GGZ-instelling is de minderjarige begin 2024 tijdelijk in een gezinshuis geplaatst en daarna verhuisd naar een nieuw pleeggezin.
Beppe, de beppe van moederskant, is het niet eens met de wijziging van het verblijf en wil dat de minderjarige weer doordeweeks bij haar en oom woont. De GI wil de huidige situatie handhaven waarbij de minderjarige doordeweeks bij het pleeggezin verblijft en alleen in weekenden en woensdagmiddag bij beppe en oom is. Het hof heeft de mening van de minderjarige gehoord, die de voorkeur geeft aan doordeweeks wonen bij beppe en oom vanwege haar sociale netwerk en school.
Het hof weegt de belangen af en concludeert dat het in het belang van de minderjarige is dat zij doordeweeks bij beppe en oom verblijft met ondersteuning, en in de weekenden en vakanties bij het pleeggezin. De zorgen van de GI over de opvoedcapaciteit van beppe en oom zijn aanwezig, maar kunnen met gerichte hulpverlening worden ondervangen. De beslissing van de kinderrechter wordt daarom deels vernietigd en het verzoek van de GI tot wijziging van het verblijf wordt slechts gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot volledige wijziging van het verblijf af en bepaalt dat de minderjarige doordeweeks bij beppe en oom woont en in weekenden en vakanties bij het pleeggezin.