ECLI:NL:GHARL:2024:6672

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
Wahv 200.337.463/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 11 WahvArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter wegens niet-zenden zekerheidsbrieven aan gemachtigde en terugwijzing zaak

H. Shukman heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie. De kantonrechter baseerde zich op het ontbreken van een machtiging van de betrokkene aan H. Shukman om namens haar beroep in te stellen.

Het hof stelt vast dat H. Shukman als indiener van het beroepschrift zelfstandig beroepsgerechtigd is op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wahv. De zekerheidsbrieven, die de verplichting tot zekerheidstelling mededelen, zijn echter slechts aan de betrokkene gestuurd en niet aan H. Shukman als gemachtigde.

Hierdoor kan de niet-ontvankelijkheidsverklaring niet in stand blijven. Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens is het sanctiebedrag met 25% gematigd wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie tot € 75,-.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkheidsverklaring wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.337.463/01
CJIB-nummer
: 248517742
Uitspraak d.d.
: 30 oktober 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023, betreffende

H. Shukman, postadres houdende te Leiderdorp,

beweerdelijk optredend namens

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

H. Shukman heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
H. Shukman heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om daarop te reageren.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. H. Shukman is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.
2. Uit het dossier blijkt dat H. Shukman administratief beroep heeft ingesteld tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd. Dit beroep is door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen machtiging was overgelegd waaruit bleek dat H. Shukman door de betrokkene was gemachtigd om namens haar beroep in te stellen en dit verzuim niet binnen de gestelde termijn was hersteld.
3. Het hof stelt vast dat H. Shukman - gezien de beslissing van de officier van justitie - degene is geweest die administratief beroep heeft ingesteld. Voor het instellen van beroep tegen de beslissing van de officier van justitie was hij dan ook (zelfstandig) beroepsgerechtigd, gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wahv. Het hof beschouwt de beslissing van de kantonrechter in dit verband dan ook als een beslissing op het beroep van H. Shukman. Dit brengt mee dat hij ook (zelfstandig) beroepsgerechtigd is om bij het hof hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de kantonrechter.
4. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de indiener van het beroepschrift om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De officier van justitie dient de indiener na de ontvangst van het beroepschrift te wijzen op deze verplichting.
5. Het dossier bevat kopieën van twee brieven van de officier van justitie van 17 april 2023 en 5 mei 2023, waarin aan de betrokkene mededeling is gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen. Deze brieven zijn geadresseerd aan het adres van de betrokkene. Uit het dossier blijkt niet dat de zekerheidsbrieven (tevens) aan H. Shukman, zijnde de indiener van het beroepschrift, zijn gestuurd. Dit brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank.
6. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal meegedeeld dat is besloten om het bedrag van de sanctie met 25 procent te matigen wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie, te weten tot een bedrag van € 75,-. Deze beslissing betreft een beslissing als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht die strekt ter vervanging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.