H. Shukman heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie. De kantonrechter baseerde zich op het ontbreken van een machtiging van de betrokkene aan H. Shukman om namens haar beroep in te stellen.
Het hof stelt vast dat H. Shukman als indiener van het beroepschrift zelfstandig beroepsgerechtigd is op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wahv. De zekerheidsbrieven, die de verplichting tot zekerheidstelling mededelen, zijn echter slechts aan de betrokkene gestuurd en niet aan H. Shukman als gemachtigde.
Hierdoor kan de niet-ontvankelijkheidsverklaring niet in stand blijven. Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens is het sanctiebedrag met 25% gematigd wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie tot € 75,-.