ECLI:NL:GHARL:2024:6730
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek gezamenlijk gezag over minderjarige
De vader en moeder van een in 2022 geboren minderjarige zijn circa anderhalf jaar een relatie aangegaan die in januari 2022 eindigde. De vader erkende het kind in augustus 2021, waarna het eenhoofdig gezag bij de moeder bleef. De vader verzocht de rechtbank om gezamenlijk gezag, maar dit werd afgewezen. In hoger beroep richt de vader zich tegen deze afwijzing.
Het hof overweegt dat de verstandhouding tussen de ouders nog steeds moeizaam is, met weinig tot geen directe communicatie en veel oud zeer tussen hen en hun families. De moeder geeft aan dat de vader vanwege zijn verstandelijke beperking moeite heeft met het nemen van beslissingen, en de verstoorde relatie bemoeilijkt overleg. Ook de ernstige onenigheid tussen de families maakt gezamenlijke besluitvorming onwaarschijnlijk.
Hoewel beide ouders bereid zijn met hulpverlening te werken aan verbetering, acht het hof het onwaarschijnlijk dat de situatie binnen afzienbare tijd zodanig verbetert dat gezamenlijk gezag verantwoord is. De raad voor de kinderbescherming adviseerde een raadsonderzoek, maar het hof acht dit niet noodzakelijk. Daarom bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst het het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag vanwege de moeizame verstandhouding en het risico voor het kind.