Uitspraak
[appellante],
Hoist,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure staat centraal of de vorderingen van Hoist, voortvloeiend uit energieleveringen door Essent, terecht zijn toegewezen aan Hoist na cessie van de oorspronkelijke vordering. Appellante betwist het tijdstip van de cessie en stelt dat de vorderingen inmiddels verjaard zijn.
De feiten zijn dat appellante in 2012 en 2013 voorschotnota's voor energie heeft betaald, maar na ontvangst van de eindafrekening in augustus 2013 is gestopt met betalen. Dit leidde tot een vordering van Essent van €4.233,92. Essent heeft deze vordering aan Hoist gecedeerd, wat in een dagvaarding van 20 augustus 2014 is medegedeeld. Appellante verscheen niet in die procedure en werd bij verstek veroordeeld. Later kwam zij in verzet, maar ook in eerste aanleg werd zij veroordeeld tot betaling.
Het hof oordeelt dat de dagvaarding van 2014, waarin de cessie werd medegedeeld, de verjaring heeft gestuit, ook al stelt appellante dat zij de dagvaarding pas in 2022 heeft ontvangen. De dagvaarding is terecht betekend aan het adres waar appellante stond ingeschreven. Het verweer dat de verjaringstermijn van twintig jaar niet kan worden berekend vanaf het verstekvonnis wordt verworpen, omdat de verjaring pas is gaan lopen na de veroordeling in verzet. Andere verweren zoals misbruik van recht en onvoldoende informatievoorziening falen eveneens. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante tot betaling van de vorderingen en proceskosten.