Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 2 augustus 2024, en
- het verweerschrift met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn ouders van een minderjarige geboren in 2020. Na beëindiging van hun relatie oefenden zij gezamenlijk gezag uit over het kind. De rechtbank besloot het gezamenlijk gezag te beëindigen en toe te wijzen aan de moeder vanwege gebrekkige communicatie en een onaanvaardbaar risico voor het kind.
De vader ging in hoger beroep en stelde dat het gezamenlijk gezag te vroeg werd beëindigd, mede omdat de ondertoezichtstelling nog loopt en hij recent therapie volgt. Het hof oordeelde dat de omstandigheden sinds het ontstaan van het gezag zijn gewijzigd en dat de communicatie tussen ouders volledig ontbreekt.
Het hof nam het oordeel van de rechtbank over dat het risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en dat geen verbetering binnen afzienbare tijd te verwachten is. De vader heeft bijna anderhalf jaar geen contact met het kind en is niet op de hoogte van haar behoeften. De raad voor de kinderbescherming adviseerde bekrachtiging van het besluit.
Het hof concludeerde dat het belang van het kind gediend is met eenhoofdig gezag bij de moeder en wees het hoger beroep af. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.