ECLI:NL:GHARL:2024:6767
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgverdeling minderjarige kinderen na echtscheiding
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen na ontbinding van het huwelijk tussen de ouders centraal. Het hof verwijst naar een eerdere tussenbeschikking van 12 maart 2024 waarin de vader niet-ontvankelijk werd verklaard voor verzoeken omtrent vermogensrechtelijke afwikkeling en kostenverdeling. Tevens werd een hulpverleningstraject voor communicatie en samenwerking tussen de ouders voorgesteld, maar dit traject is niet gestart en de communicatie bleef problematisch.
De ouders zijn het eens geworden over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de regeling van de rechtbank grotendeels wordt overgenomen met een aanpassing dat de kinderen in het weekend bij de vader blijven tot maandagochtend naar school. De hoofdverblijfplaats blijft echter een geschilpunt. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld, hetgeen door de moeder wordt bekrachtigd en door de vader wordt bestreden.
Het hof volgt het advies van de raad en bevestigt dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft, omdat de zorg grotendeels door haar wordt gedragen. De beschikking van de rechtbank wordt op dit punt gehandhaafd. De zorg- en opvoedingstaken worden nader gespecificeerd met een duidelijke weekindeling en verantwoordelijkheden bij studiedagen. Het hof wijst overige verzoeken af en bekrachtigt de rest van de beschikking.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de moeder en de zorg- en opvoedingstaken worden vastgesteld met een aangepaste omgangsregeling voor de vader.