ECLI:NL:GHARL:2024:6773

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
5 november 2024
Zaaknummer
Wahv 200.342.462
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:17 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening en juiste kennisgeving aan gemachtigde

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde. De betrokkene voerde aan dat hij de beslissing van de kantonrechter niet had ontvangen, omdat deze alleen aan zijn gemachtigde, Voorbach, was toegezonden.

Het hof oordeelde dat de betrokkene met een machtiging aan Voorbach toestemming had gegeven om namens hem beroep in te stellen, inclusief tegen de beslissing van de officier van justitie. De beslissing van de kantonrechter was daarom rechtsgeldig aan Voorbach toegezonden, wat voldoet aan de wettelijke vereisten. De griffier hoefde de beslissing niet ook aan de betrokkene zelf te sturen.

De betrokkene had de mogelijkheid om Voorbach aan te spreken indien deze tekort was geschoten in zijn informatieplicht. Omdat het hoger beroep te laat was ingesteld en het te laat instellen niet aan de betrokkene kon worden toegerekend, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening en correcte kennisgeving aan de gemachtigde.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.342.462/01
CJIB-nummer
: 249475248
Uitspraak d.d.
: 5 november 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 22 maart 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt.
2. De beslissing van de kantonrechter is op 22 maart 2024 aan mr. Voorbach (hierna: Voorbach) toegestuurd. Het beroepschrift is niet gedateerd. Uit een stempel blijkt dat het op 13 juni 2024 door de rechtbank is ontvangen.
3. De betrokkene voert aan dat hij de beslissing van de kantonrechter niet heeft ontvangen. De beslissing van de kantonrechter is slechts verzonden naar Voorbach. De betrokkene heeft Voorbach gemachtigd om administratief beroep in te stellen, maar Voorbach heeft zonder toestemming van de betrokkene daarna beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Dit is gebeurd zonder dat informatie is verstrekt aan de betrokkene. De betrokkene heeft ook zelf beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, maar de brieven in verband met het beroep zijn alleen naar Voorbach verzonden. De betrokkene heeft inmiddels zekerheid gesteld en hoopt dat het beroep alsnog in behandeling wordt genomen, aangezien sprake is van een misverstand.
4. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd, moet het hof beoordelen of de beslissing van de kantonrechter door toezending aan Voorbach op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt.
5. Uit het dossier blijkt dat Voorbach namens de betrokkene beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Anders dan de betrokkene meent, heeft de betrokkene hiervoor met het ondertekenen van de door Voorbach bij het instellen van het beroep overgelegde machtiging van 23 mei 2022 toestemming gegeven. Uit die machtiging volgt namelijk niet alleen dat de betrokkene Voorbach machtigt administratief beroep in te stellen tegen de opgelegde sanctie, maar (onder andere) ook om beroep in te stellen tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. De ontvangst van het door Voorbach ingediende beroepschrift is door de officier van justitie aan Voorbach en aan de betrokkene bevestigd bij brief van 6 januari 2023. De brief van de betrokkene van 5 januari 2023, door de griffier van rechtbank ontvangen op 18 januari 2023, is door de kantonrechter opgevat als aanvulling op het namens de betrokkene door Voorbach ingestelde beroep. De kantonrechter heeft dit terecht gedaan. Uit de brief van de betrokkene van 5 januari 2023 blijkt niet dat Voorbach niet (meer) namens de betrokkene optrad.
6. Gelet op het voorgaande is het beroep namens de betrokkene ingesteld door Voorbach en wordt Voorbach geacht de betrokkene in deze procedure als gemachtigde te vertegenwoordigen. Gelet op artikel 6:17 van Pro de Awb moet de beslissing van de kantonrechter in ieder geval aan de gemachtigde worden toegezonden. Door de beslissing van de kantonrechter naar Voorbach toe te sturen is die beslissing op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De griffier van de rechtbank was niet gehouden de beslissing (ook) naar de betrokkene toe te sturen of de betrokkene anderszins te informeren over de procedure. Het is de verantwoordelijkheid van Voorbach om de betrokkene hierover te informeren
7. Gelet op het voorgaande is niet tijdig hoger beroep ingesteld.
8. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
9. Wat de betrokkene aanvoert, maakt niet dat het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat hoger beroep is ingesteld. Het handelen of nalaten van Voorbach komt voor rekening van de betrokkene, die Voorbach destijds heeft ingeschakeld. Indien de betrokkene van mening is dat Voorbach tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens de betrokkene door (onder andere) de beslissing van de kantonrechter niet door te sturen, dient de betrokkene Voorbach hierop aan te spreken.
10. Gelet op het voorgaande zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.