ECLI:NL:GHARL:2024:6875

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 oktober 2024
Publicatiedatum
11 november 2024
Zaaknummer
21-000957-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens niet-verschijnen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 februari 2023. Zowel verdachte als de officier van justitie hadden hoger beroep ingesteld.

Tijdens de terechtzitting op 28 oktober 2024 bleek dat de raadsman van verdachte in de veronderstelling verkeerde dat de zitting niet doorging vanwege een intrekking van het hoger beroep door het openbaar ministerie. Echter was het hoger beroep van verdachte zelf niet ingetrokken en verscheen verdachte niet.

Gezien het ontbreken van bezwaren tegen het vonnis en het niet verschijnen van verdachte, besloot het hof op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. De zaak werd daarmee zonder inhoudelijke behandeling afgedaan.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet verschijnen en geen intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000957-23
Uitspraak d.d.: 28 oktober 2024
VERSTEK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 februari 2023 met parketnummer 18-260043-21 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
wonende te [woonplaats]

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 oktober 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft op 21 oktober 2024, in reactie op een e-mail van het hof, laten weten dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de zitting van het hof op 28 oktober 2024 niet door zal gaan nu het appel door het openbaar ministerie is ingetrokken bij akte van intrekking van 2 oktober 2024. Namens verdachte is echter ook hoger beroep ingesteld middels de akte van instellen hoger beroep van 22 februari 2023. Dit hoger beroep is niet door of namens verdachte ingetrokken.
Nu noch verdachte, noch zijn raadsman zijn verschenen in hoger beroep, de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof, mede gezien vorenbedoeld e-mailbericht van de raadsman, ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken, ziet het hof in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door
mr. P.S. Bakker, voorzitter,
mr. M.C. van Linde en mr. L. Pieters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.C. Bita, griffier,
en op 28 oktober 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.