Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift, ingekomen op 15 mei 2024, met producties;
- het verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep en een vermeerdering van verzoek, met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht namens de man van 30 september 2024 met producties;
- twee journaalberichten namens de vrouw van respectievelijk 30 september 2024 en 8 oktober 2024 met producties.
3.De feiten
4.Het geschil
- de man met ingang van 15 februari 2024 een bedrag van € 206,- per kind per maand als kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw;
- de man met ingang van 15 februari 2024 een bedrag van € 622,- bruto per maand als partneralimentatie moet betalen aan de vrouw;
- de man deze kinder- en partneralimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;
- de man € 2.177,96 aan de vrouw dient te voldoen in verband met de afkoop van het lease contract voor de auto bij [naam1] BV.
- hij aan de vrouw een bedrag van € 493,51 inclusief btw dient te betalen als vergoeding voor de afkoopsom van het leasecontract voor de auto bij [naam1] BV;
- de vrouw aan hem een vergoeding dient te betalen van € 5.000,- wegens overbedeling van de vrouw als gevolg van het eenzijdig toe-eigenen van een groot deel van de inboedel;
- hij met ingang van 15 februari 2024 aan de vrouw een bedrag van maximaal € 262,- bruto per maand moet betalen als partneralimentatie, althans een ander bedrag als uitgaande van een hoger inkomen van de vrouw de bijdrage lager uitvalt;
- hij met ingang van 15 februari 2024 een bedrag van € 233,- voor beide kinderen per maand aan de vrouw moet betalen als kinderalimentatie, althans een lager bedrag voor zover de vrouw met haar nieuwe baan een hogere draagkracht heeft gekregen en daardoor de bijdrage die door de man moet worden betaald lager uitvalt.