Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen twee beschikkingen van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind verlengden zonder dat zij en de vader werden gehoord. De GI had een verzoek tot verlenging ingediend, maar de rechtbank heeft zonder mondelinge behandeling en zonder oproeping van de ouders beslist.
Het hof stelt vast dat dit in strijd is met artikel 800 lid 1 en Pro 3 Rv en artikel 19 lid 1 Rv Pro, die het recht op hoor en wederhoor waarborgen. De kinderrechter heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij afweek van een eerder gelijksoortig oordeel van het hof en heeft de ouders niet de mogelijkheid gegeven zich uit te laten over de verlengingsverzoeken.
De moeder betoogt dat de verlengingen onrechtmatig zijn en dat de plaatsing vrijwillig kan worden voortgezet. De GI erkent procedurele tekortkomingen maar benadrukt het belang van verlenging voor het kwetsbare kind.
Het hof vernietigt de beschikkingen van 13 en 26 augustus 2024 en wijst de verzoeken tot verlenging af omdat de termijn van de maatregelen was verstreken. Hiermee wordt het fundamentele recht op een eerlijk proces en de bescherming van het familie- en gezinsleven gewaarborgd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de verlengingen van ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing en wijst de verzoeken tot verlenging af wegens schending van het recht op hoor en wederhoor.