Partijen zijn gescheiden ouders van vier minderjarige kinderen met een co-ouderschapsregeling waarbij geen kinderalimentatie werd afgesproken. De man verzocht de rechtbank om wijziging van deze afspraak en vaststelling van kinderalimentatie, maar dit verzoek werd afgewezen vanwege onvoldoende draagkracht van de vrouw.
In hoger beroep betoogt de man dat de draagkracht van de vrouw is toegenomen en dat zij moet bijdragen in de kosten van de kinderen. Het hof constateert dat niet alle vereiste financiële stukken zijn overgelegd en dat de vrouw nog steeds een zeer beperkte draagkracht heeft door haar inkomen, aflossingen van schulden en extra lasten zoals advocaatkosten en reiskosten.
De man heeft geen overtuigend bewijs geleverd dat de draagkracht van de vrouw zodanig is veranderd dat een wijziging van de alimentatieafspraak gerechtvaardigd is. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en veroordeelt de man tot betaling van de proceskosten, mede vanwege het onnodig procederen en de financiële gevolgen voor de vrouw.