Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
De bewijsvraag
Feiten en omstandigheden
ten aanzien van het primair tenlastegelegde:
ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde handelen in strijd met artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet.
De zaak betreft een arbeidsongeval op 12 mei 2016 waarbij twee werknemers tijdens onderhoudswerkzaamheden met een hoogwerker vielen, waarvan één overleed. Verdachte was door medeverdachte ingeschakeld voor verkeersmaatregelen. Het hof oordeelde dat verdachte niet als werkgever van de slachtoffers kon worden aangemerkt en ook niet als medepleger kon worden beschouwd, mede omdat medeverdachte werd vrijgesproken.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een geldboete, maar het hof vond dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat verdachte werd vrijgesproken. Het hof benadrukte dat het ongeval niet voorzienbaar was en dat de verkeersmaatregelen volgens CROW-richtlijnen waren getroffen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet wegens ontbreken van werkgeverschap en medeplegen.