De moeder stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, waarin een voorlopige zorgregeling was vastgesteld. Deze regeling bepaalde dat de minderjarige twee keer per week twee uur contact had met de vader. De moeder verzocht vernietiging van dit vonnis en afwijzing van de vorderingen van de vader.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof hebben partijen afgesproken dat het contact tussen vader en minderjarige voorlopig onder begeleiding kan plaatsvinden, mits een instantie op korte termijn begeleiding kan bieden. De raad voor de kinderbescherming is door de rechtbank verzocht onderzoek te doen, en een definitieve beslissing wordt verwacht in de bodemzaak.
Het hof oordeelde dat de moeder spoedeisend belang heeft bij haar verzoek vanwege de veiligheid van het contact. Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de voorlopige zorgregeling betreft en stelde een nieuwe regeling vast waarbij de vader onder begeleiding van een instantie vier uur per week contact heeft met de minderjarige. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.