Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige gezamenlijk. De vader is veroordeeld voor bezit en vervaardiging van kinder- en dierenporno en zit sinds augustus 2022 in hechtenis. De rechtbank heeft de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder vastgesteld en een contactregeling met de vader onder professionele begeleiding bepaald, welke uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing en verzocht om schorsing van de contactregeling en een voorlopige voorziening om de vader de omgang met het kind te ontzeggen. Het hof heeft geoordeeld dat de rechtbank een gemotiveerde beslissing heeft genomen over de uitvoerbaarheid bij voorraad en dat de moeder geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die schorsing rechtvaardigen.
Daarom wijst het hof het schorsingsverzoek af. Omdat het verzoek tot voorlopige voorziening afhankelijk was van toewijzing van het schorsingsverzoek, verklaart het hof de moeder niet-ontvankelijk in dit verzoek. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en past Nederlands recht toe. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 21 november 2024.