ECLI:NL:GHARL:2024:7158
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M. van Schuijlenburg
- M. van der Zee-Venema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake snelheidsoverschrijding binnen de bebouwde kom en de rol van verkeersborden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, die op 19 april 2024 een sanctie heeft opgelegd aan de betrokkene, een B.V., voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom. De betrokkene is als kentekenhouder aangesproken voor een snelheid van 18 km per uur boven de toegestane snelheid, zoals aangegeven door verkeersbord A1. De gedraging vond plaats op 7 oktober 2022 om 7:03 uur op de Ringbaan-Noord in Weert. De gemachtigde van de betrokkene, mr. I.N.D.J. Rissema, heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om een proceskostenvergoeding, welke door de kantonrechter is afgewezen.
De kern van het geschil betreft de vraag of de gedraging daadwerkelijk binnen de bebouwde kom heeft plaatsgevonden. De gemachtigde stelt dat niet kan worden vastgesteld dat de bestuurder van het voertuig het bord H1 heeft gepasseerd, wat essentieel is voor de vaststelling van de overtreding. Het hof heeft echter geoordeeld dat uit het dossier blijkt dat de gedraging wel degelijk binnen de bebouwde kom heeft plaatsgevonden, en dat de aanwezigheid van bord H1 geen doorslaggevende betekenis heeft voor de vaststelling van de overtreding.
Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak benadrukt het belang van de vaststelling van de locatie van de overtreding in relatie tot de verkeersborden en de geldende verkeersregels.