ECLI:NL:GHARL:2024:7158

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
Wahv 200.342.375/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. van Schuijlenburg
  • M. van der Zee-Venema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake snelheidsoverschrijding binnen de bebouwde kom en de rol van verkeersborden

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, die op 19 april 2024 een sanctie heeft opgelegd aan de betrokkene, een B.V., voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom. De betrokkene is als kentekenhouder aangesproken voor een snelheid van 18 km per uur boven de toegestane snelheid, zoals aangegeven door verkeersbord A1. De gedraging vond plaats op 7 oktober 2022 om 7:03 uur op de Ringbaan-Noord in Weert. De gemachtigde van de betrokkene, mr. I.N.D.J. Rissema, heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om een proceskostenvergoeding, welke door de kantonrechter is afgewezen.

De kern van het geschil betreft de vraag of de gedraging daadwerkelijk binnen de bebouwde kom heeft plaatsgevonden. De gemachtigde stelt dat niet kan worden vastgesteld dat de bestuurder van het voertuig het bord H1 heeft gepasseerd, wat essentieel is voor de vaststelling van de overtreding. Het hof heeft echter geoordeeld dat uit het dossier blijkt dat de gedraging wel degelijk binnen de bebouwde kom heeft plaatsgevonden, en dat de aanwezigheid van bord H1 geen doorslaggevende betekenis heeft voor de vaststelling van de overtreding.

Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak benadrukt het belang van de vaststelling van de locatie van de overtreding in relatie tot de verkeersborden en de geldende verkeersregels.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.342.375/01
CJIB-nummer
: 252990213
Uitspraak d.d.
: 21 november 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 19 april 2024, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 176,- voor: “18 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2022 om 7:03 uur op de Ringbaan-Noord in Weert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene niet slechts wordt verweten dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene de ingevolge het bord A1 geldende maximumsnelheid heeft overschreden, maar ook dat hij dit binnen de bebouwde kom heeft gedaan. Aangezien niet kan worden vastgesteld dat de bestuurder op de door hem aangegeven route een bord H1 is gepasseerd, is de gedraging niet verricht.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 62 in samenhang met bord A1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Dat de maximumsnelheid was aangegeven met een bord A1 en de betrokkene met de in de inleidende beschikking genoemde snelheid heeft gereden wordt niet bestreden. Om de gedraging te kunnen vaststellen, dient tevens te kunnen worden vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden binnen de bebouwde kom, omdat de onderhavige feitcode en (omschrijving van de) gedraging slechts ziet op overschrijding van de maximumsnelheid (bord A1) binnen de bebouwde kom. Overschrijding van de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom (bord A1) betreft een andere feitcode en (omschrijving van de) gedraging.
5. In het zaakoverzicht is vermeld dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom. Ook in het proces-verbaal van schouw digitale flitspaal van 11 november 2015 dat zich in het dossier bevindt is aangegeven dat de handhavingslocatie zich binnen de bebouwde kom bevindt. Hieruit volgt naar het oordeel van het hof voldoende dat de gedraging is geconstateerd binnen de bebouwde kom. Aan (de al dan niet aanwezigheid van) het bord H1 komt bij het vaststellen van de onderhavige gedraging geen doorslaggevende betekenis toe. De grond treft geen doel.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.