Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2024:7226

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 november 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
200.344.500/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking met termijnbepaling voor instellen hoofdzaak in civiele procedure

In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 november 2024 een herstelbeschikking uitgesproken in hoger beroep van The Fruit Farm Group B.V. tegen meerdere geïntimeerden. Het hof constateerde dat in een eerdere beschikking van 14 november 2024 was verzuimd een termijn te bepalen voor het instellen van de hoofdzaak.

Naar aanleiding van een verzoek van de advocaat van eiser, mr. Van der Jagt, heeft het hof dit verzuim hersteld door aan de beschikking toe te voegen dat de eis in de hoofdzaak binnen 14 dagen na de datum van de eerste beslaglegging moet worden ingesteld. Gelet op de aard van de zaak is de geïntimeerden geen gelegenheid gegeven om op dit verzoek te reageren.

De rest van de oorspronkelijke beschikking blijft ongewijzigd van kracht. De uitspraak is in het openbaar gedaan in aanwezigheid van de griffier en door drie rechters van het hof. Deze beslissing betreft een procedurele aangelegenheid binnen het civiele hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bepaalde dat de eis in de hoofdzaak binnen 14 dagen na de eerste beslaglegging moet worden ingesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.344.500/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/495775)

beslissing op verzoek ex artikel 32 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak van

The Fruit Farm Group B.V.,

die is gevestigd in Breda,
die hoger beroep heeft ingesteld,
hierna te noemen:
TFFG,
advocaat: mr. R. van der Jagt, die kantoor houdt te Breda,
tegen:
1. [geïntimeerde1],
de woont in [woonplaats1] ,
2. [geïntimeerde2],
die woont in [woonplaats1] ,
3. [geïntimeerde3],
die woont in [woonplaats2] ,
4. [geïntimeerde4],
die woont in [woonplaats2] ,
5. [geïntimeerde5],
laatst bekend wonende te [woonplaats1] ,
6. [geïntimeerde6],
laatst bekend wonende te [woonplaats1] ,
hierna gezamenlijk te noemen:
[geïntimeerden]
Het hof heeft in deze zaak op 14 november 2024 een beschikking gegeven.
Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. Van der Jagt bij brief van 20 november 2024 namens TFFG om de beschikking aan te vullen. Het gaat daarbij om het bepalen van een termijn voor het instellen van de hoofdzaak.
[geïntimeerden] is niet in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren, gelet op de aard van de zaak.
Het hof is van oordeel dat in de beschikking inderdaad is verzuimd te beslissen
over een onderdeel van het verzochte en wijst het verzoek toe.
Het hof bepaalt dat onder 5. de uitspraak wordt aangevuld met “bepaalt dat de eis in de hoofdzaak binnen 14 dagen na datum eerste beslaglegging dient te worden ingesteld”.
Deze aanvulling wordt gesteld op de minuut.
Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Dit deze beschikking is gegeven door mrs. G. van Rijssen, J.H. Kuiper en A.L. Goederee en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2024.