Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
in zaaknummer 200.330.288/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2021. De moeder was met het kind verhuisd zonder toestemming van de vader, waarna de rechtbank haar gelastte terug te verhuizen naar de woonplaats van de vader of omliggende gemeenten. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind centraal staat en dat het kind inmiddels ruim anderhalf jaar gewend is aan de nieuwe woonplaats en het kinderdagverblijf. Een terugverhuizing zou onrust veroorzaken zonder dat dit de zorgregeling vereenvoudigt. Daarom vernietigt het hof het terugverhuisbevel en wijst het verzoek van de vader af.
Verder bekrachtigt het hof de door de rechtbank vastgestelde zorg- en vakantieregeling, ondanks bezwaren van de moeder over onbegeleid contact en de haal- en brengregeling. De moeder wordt veroordeeld tot een dwangsom bij niet-naleving van de zorg- en vakantieregeling, omdat zij deze pas recent stipt naleeft. Het verzoek van de vader om inzet van politie bij niet-naleving wordt afgewezen. De hoofdverblijfplaats van het kind blijft bij de moeder.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot terugverhuizing af, bekrachtigt de zorg- en vakantieregeling en legt een dwangsom op bij niet-naleving.