ECLI:NL:GHARL:2024:7239

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 november 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
Wahv 200.336.174/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994Art. 23 lid 1 onder b Rvv 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor gevaarlijk parkeren deels op fietsstrook en rijbaan

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het parkeren van zijn voertuig op 20 april 2022 op de Bergweg in Rotterdam, waarbij het voertuig deels op een fietsstrook en deels op de rijbaan stond. Dit veroorzaakte hinder en mogelijk gevaar voor fietsers en andere weggebruikers die moesten uitwijken.

De gemachtigde voerde aan dat alleen de specifieke hinderbepaling voor het stilstaan op een fietsstrook (feitcode R396b) van toepassing was, waarin de hinder reeds was verdisconteerd, en dat de algemene hinderbepaling niet mocht worden toegepast. Het hof oordeelde echter dat de situatie ernstiger was doordat het voertuig ook deels op de rijbaan stond, wat extra hinder en gevaar opleverde.

De ambtenaar had dit onderbouwd met een proces-verbaal en een foto waarop duidelijk was dat het voertuig zodanig stond dat fietsers en andere weggebruikers moesten uitwijken, wat mogelijk gevaarlijke situaties veroorzaakte. Het hof bevestigde daarom de opgelegde sanctie van €150 en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150 voor het gevaarlijk parkeren deels op fietsstrook en rijbaan en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.174/01
CJIB-nummer
: 248963104
Uitspraak d.d.
: 25 november 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “R395- voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 april 2022 om 11.15 uur op de Bergweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in de onderhavige situatie een specifieke hinderbepaling van toepassing is, namelijk het laten stilstaan van een voertuig op een fietsstrook (feitcode R396b). In die feitcode is het veroorzaken van de hier aan de orde zijnde hinder verdisconteerd. Het stond de ambtenaar om die reden niet vrij om een sanctie op te leggen voor een algemene hinderbepaling waarop een hoger sanctiebedrag staat. In dit stadium van de procedure wordt verzocht de feitcode niet meer te wijzigen, maar om tot vernietiging van de inleidende beschikking over te gaan.
3. De gedraging waarvoor de onderhavige sanctie is opgelegd betreft een overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) dat luidt:
“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”
4. De gedraging met feitcode R396b betreft de overtreding van artikel 23, eerste lid, aanhef en onder b, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Rvv 1990). Deze bepaling luidt:
“De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook”.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van voertuig zijn voertuig had geparkeerd op de fietsstrook. Hierdoor ontstond er hinder voor de overige weggebruikers, tegen (het hof begrijpt: tevens) zou dit gevaarlijke situaties kunnen opleveren omdat fietsers om de geparkeerd staande auto moesten rijden.”
6. In een aanvullend proces-verbaal van 25 mei 2022 verklaart de ambtenaar onder meer het volgende:
“Op 20 april 2022 zag ik, (…), dat er een voertuig voorzien van kenteken [kenteken] geparkeerd stond op de fietsstrook op de Bergweg te Rotterdam. Doordat dit voertuig geparkeerd stond op deze fietsstrook moesten de gebruikers van de fietsstrook om het geparkeerd staand voertuig rijden. Hierdoor ontstond er een gevaarlijke situatie voor de overige weggebruikers.”
7. Verder bevat het dossier een foto die de ambtenaar ter plaatse heeft gemaakt. Op deze foto is te zien dat het voertuig met kenteken [kenteken] stilstaat met de rechterwielen op een fietsstrook en met de linkerwielen op de rijbaan langs de fietsstrook. Het voertuig staat parallel aan een fietstrommel. Aan de andere zijde van het voertuig is een trambaan te zien.
8. Uit de verklaringen van de ambtenaar en de overgelegde foto volgt dat het voertuig van de betrokkene zodanig was neergezet dat niet alleen hinder en (mogelijk) gevaar werd veroorzaakt voor fietsers die er niet langs konden en moesten uitwijken naar de rijbaan waarbij zij mogelijk ook op de trambaan terecht konden komen, maar ook hinder voor andere weggebruikers die - omdat het voertuig niet alleen op de fietsstrook stond maar ook deels op de rijbaan - voor het voertuig van de betrokkene moeten uitwijken. Gelet hierop kan niet alleen worden vastgesteld dat er sprake was van hinder en (mogelijk) gevaar voor het verkeer als bedoeld in artikel 5 van Pro de WVW 1994 maar ook van meer hinder en (mogelijk) gevaar dan die welke geacht worden te zijn verdisconteerd in de gedraging met feitcode R396b. De ambtenaar heeft voor de onderhavige gedraging de juiste sanctie opgelegd. De aangevoerde grond faalt.
9. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.