Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader van een minderjarige, geboren in 2014, oefenen gezamenlijk gezag uit. De minderjarige was eerder onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, waarna hij in 2022 weer bij zijn ouders werd geplaatst. In mei 2024 sprak de rechtbank een beschikking uit waarbij de minderjarige opnieuw onder toezicht werd gesteld van een gecertificeerde instelling (GI) tot mei 2025.
De moeder ging tegen deze ondertoezichtstelling in hoger beroep. Het hof heeft de procedure behandeld, waarbij ook een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing uit september 2023 en een verlenging daarvan tot mei 2025 aan de orde kwamen. Het hof concludeert dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de moeder de noodzakelijke zorg onvoldoende accepteert.
De raad voor de kinderbescherming rapporteerde dat beide ouders onvoldoende beschikbaar zijn; de vader lijdt aan Alzheimer en de moeder kampt met psychiatrische problemen, waaronder borderline. De moeder is overbeschermend en isoleert de minderjarige, waardoor een onveilige hechtingsrelatie bestaat. Hulpverlening wordt door de moeder niet structureel geaccepteerd, wat de situatie zorgelijk maakt.
De moeder stelde dat de ondertoezichtstelling niet voldoet aan internationale verdragen en dat de informatie onjuist is, maar het hof verwierp deze grieven. De raad heeft volgens het hof voldoende feiten en omstandigheden onderbouwd. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk, gerechtvaardigd en proportioneel. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 31 mei 2025.