ECLI:NL:GHARL:2024:7382
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs brandstichting woning
In hoger beroep is verdachte vrijgesproken van opzettelijke brandstichting in een woning te pleegplaats. De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk.
De verdediging verzocht om nader forensisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), dat een deskundigenrapport opleverde. Dit rapport concludeerde dat niet kan worden uitgesloten dat de brand is ontstaan door andere oorzaken dan brandstichting, zoals een elektrotechnisch defect. Beide scenario’s, opzettelijke brandstichting en onopzettelijke brand, werden als ongeveer even waarschijnlijk beoordeeld.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs en de ontkenning van verdachte, heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat de voor bewezenverklaring vereiste overtuiging ontbrak, mede door het niet adequaat onderzoeken van alternatieve oorzaken door de oorspronkelijke opsporing.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 november 2024, waarbij het hof de vordering van de advocaat-generaal tot vrijspraak volgde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijke brandstichting.