Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met ook verzoeken tot schorsing en de benoeming van een bijzondere curator of (andere) deskundige, met producties, ingekomen op 1 mei 2024;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- een journaalbericht van mr. Palazzi-Van Bruggen van 29 mei 2024 met producties:
- een journaalbericht van mr. Palazzi-Van Bruggen van 21 juni 2024 met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties, en
- een brief van de bijzondere curator van 16 oktober 2024 met als productie een verslag bijzondere curator van dezelfde datum.
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- de bijzondere curator en
- een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2007 in [plaats2] (verder: [de minderjarige1] ), en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2009 in [plaats2] (verder: [de minderjarige2] ).
- [de minderjarige1] heeft eerst drie keer in de
- [de minderjarige2] heeft eerst drie keer in de
- daarna verblijven [de minderjarige1] en [de minderjarige2] twee keer in de
- daarna verblijven [de minderjarige1] en [de minderjarige2] vier keer in de
- daarna verblijven [de minderjarige1] en [de minderjarige2] in de
4.De omvang van het geschil
- onvoorwaardelijk: om te bepalen dat een zorgregeling wordt bepaald die in overeenstemming is met de wens van de kinderen, althans een zorgregeling vast te stellen als het hof juist acht;
- voorwaardelijk: indien het hof de bestreden beschikking vernietigt voor zover [het hof leest: deze] ziet op de veroordeling van de moeder aan de vader dwangsommen te betalen, te bepalen dat het totale bedrag inclusief nakosten dat zij aan dwangsommen aan de vader heeft betaald onverschuldigd is betaald en hem te veroordelen tot betaling van de onverschuldigd betaalde dwangsommen inclusief wettelijke rente tot aan de dag van algehele betaling.
- het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader wordt vastgesteld met het bevel aan de moeder om binnen 24 uur na afgifte van de onderhavige beschikking de kinderen aan de vader over te dragen;
- voorts te bepalen dat de moeder binnen 24 uur na afgifte van de onderhavige beschikking medewerking verleent aan het inschrijven van de kinderen bij de vader;
- voorts te bepalen dat een zorgregeling tussen de kinderen en de moeder geldt inhoudende dat de kinderen eens in de veertien dagen van donderdagmiddag tot maandagochtend bij de moeder verblijven en voorts de vakantie te delen als in het oorspronkelijke verzoekschrift is verzocht dan wel een regeling als het hof juist acht;
- op verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- per kind per dagdeel of dag dat de moeder niet aan de beschikking voldoet dan wel de kinderen bij de moeder verblijven op het moment dat zij conform de beschikking bij de vader horen te verblijven, dan wel een maximum van € 250.000,- dan wel een maximum als het hof juist acht;