Uitspraak
[appellant]
PRL
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.Het oordeel van het hof na het verzet van PRL
de cv-ketel
de mechanische ventilatie van het toilet
de tussenmeter in de groepenkast
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen [appellant] en PRL Bouw B.V. over de betaling van een meerwerkfactuur en herstelkosten van gebrekkig uitgevoerd werk.
PRL voerde renovatie- en verbouwingswerkzaamheden uit aan de woning van [appellant]. Deze weigerde een factuur voor meerwerk te betalen, stellende dat deze onvoldoende gespecificeerd was en deels onterecht. Tevens vorderde [appellant] schadevergoeding voor herstelkosten van ondeugdelijk werk.
De kantonrechter wees grotendeels de vordering van PRL toe, maar kende slechts een beperkte schadevergoeding toe aan [appellant]. Het hof vernietigde dit vonnis deels en veroordeelde [appellant] tot betaling van een lager bedrag dan door PRL gevorderd. PRL kwam in verzet tegen dit arrest en bracht nieuwe bewijsstukken in.
Na behandeling van het verzet oordeelt het hof dat het verzet tijdig is ingesteld en bekrachtigt het arrest grotendeels, met een lichte aanpassing van de meerwerkvordering. Het hof stelt dat meerwerk schriftelijk moet zijn overeengekomen volgens de algemene voorwaarden, hetgeen slechts deels is erkend. Verder wordt vastgesteld dat PRL onvoldoende heeft aangetoond dat het werk op 7 oktober 2021 is opgeleverd, waardoor zij aansprakelijk blijft voor gebreken.
De herstelkosten voor gebreken die door PRL zijn veroorzaakt, zijn deels toegewezen op basis van een ingebrekestelling van [appellant]. PRL wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in de verzetprocedure. Het arrest is uitgesproken op 3 december 2024.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt grotendeels het eerdere arrest, wijzigt de meerwerkvordering tot € 2.267 en veroordeelt PRL tot betaling van proceskosten in het verzet.