ECLI:NL:GHARL:2024:7602

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
Wahv 200.343.334/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. E6 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare kaart

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder dat een gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar was. De overtreding vond plaats op 26 september 2022 te een adres in een woonplaats. De betrokkene stelde dat de gehandicaptenparkeerplaats vervallen was omdat de oorspronkelijke gebruiker was verhuisd en de gemeente het bord niet had verwijderd. Ter verduidelijking was het onderbord afgeplakt.

De ambtenaar constateerde dat het voertuig stond geparkeerd op een plek aangeduid met bord E6, een gehandicaptenparkeerplaats, met een onderbord dat volledig was afgeplakt. De ambtenaar legde terecht een sanctie op voor parkeren zonder zichtbare gehandicaptenparkeerkaart en kende geen betekenis toe aan het afgeplakte onderbord.

Het hof oordeelde dat het feit dat de gehandicaptenparkeerplaats oorspronkelijk was gereserveerd voor een specifieke persoon die inmiddels was verhuisd, niet betekent dat de parkeerplaats is vervallen. Een verkeersdeelnemer moet zich houden aan de aanwezige bebording, ook als het verkeersbesluit ontbreekt. Het gedeeltelijk afgeplakte bord en het nalaten van de gemeente om het bord te verwijderen rechtvaardigen geen vrijstelling van de sanctie.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctie voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare kaart wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.343.334/01
CJIB-nummer
: 252766139
Uitspraak d.d.
: 10 december 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 310,- voor: “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 september 2022 om 18:02 uur op de [adres] in [woonplaats] met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gehandicaptenparkeerplaats al geruime tijd is vervallen omdat de eigenaar van de gehandicaptenparkeerplaats (het hof begrijpt: degene voor wie de gehandicaptenparkeerplaats was gereserveerd), de buurvrouw van de betrokkene, enkele jaren geleden is verhuisd. De gemeente heeft verzuimd de betreffende bebording te verwijderen. De buurt heeft getracht de situatie te verduidelijken door het bord af te plakken, om zo aan te geven dat de parkeerplaats niet langer in gebruik is als gehandicaptenparkeerplaats. De parkeerplaats kan niet als algemene gehandicaptenparkeerplaats worden beschouwd, aangezien het bord hiervoor niet is ingesteld. Het is onduidelijk waarom de ambtenaar, ondanks deze omstandigheden, toch heeft besloten een sanctie op te leggen. Het opleggen van een sanctie is niet gerechtvaardigd. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven.
3. De ambtenaar heeft in het zaakoverzicht verklaard dat het voertuig stond geparkeerd op een door bord E6 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangeduide gehandicaptenparkeerplaats. De ambtenaar heeft een foto van de gedraging gemaakt. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene geparkeerd staat in een parkeervak en dat aan de voorkant van het parkeervak een bord E6 (gehandicaptenparkeerplaats) staat met een onderbord. Dit onderbord is volledig afgeplakt met zwarte tape en daardoor niet leesbaar. Over de afbeelding van de rolstoel op het bord is een zwart kruis met tape geplakt. De afbeelding van de rolstoel is nog steeds zichtbaar.
5. Het onderbord bij het bord E6 was niet (meer) leesbaar. De ambtenaar heeft bij het opleggen van de sanctie terecht gekozen voor de gedraging “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart” en aan hetgeen op het afgeplakte onderbord was vermeld geen betekenis toegekend. De omstandigheid dat de gehandicaptenparkeerplaats oorspronkelijk, zoals de gemachtigde stelt, is ingesteld als gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats, dat degene voor wie de gehandicaptenparkeerplaats was gereserveerd is verhuisd en geen gebruik meer maakt van de gehandicaptenparkeerplaats, brengt niet mee dat de gehandicaptenparkeerplaats is ‘vervallen’. Een verkeersdeelnemer heeft zich te gedragen naar de ter plaatse aanwezige bebording -in dit geval bord E6-, ook indien het bord zou zijn geplaatst zonder dat daaraan (nog) een verkeersbesluit ten grondslag ligt (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1055). Dat het bord E6 deels was afgeplakt en de gemeente mogelijk heeft verzuimd het bord te verwijderen, brengt niet mee dat de betrokkene heeft mogen aannemen dat hij geen gevolg meer hoefde te geven aan het bord.
6. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Niet is gebleken van redenen om een sanctie achterwege te laten. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.