ECLI:NL:GHARL:2024:7608

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
Wahv 200.344.239/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met onleesbaar kenteken ondanks eerdere sanctie

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het rijden met een voertuig waarvan het kenteken niet goed leesbaar was, veroorzaakt door een trekhaak. Deze gedraging vond plaats op 7 september 2022 in ’s-Gravenhage. De betrokkene voerde aan dat hij binnen één dag tweemaal gesanctioneerd werd voor dezelfde gedraging, terwijl hij na de eerste sanctie al een afspraak had gemaakt om de trekhaak te verwijderen.

Het hof oordeelde dat de twee sancties betrekking hadden op afzonderlijke gedragingen, gezien de verschillende data, tijdstippen en locaties. De strekking van het voorschrift laat toe om op elk moment dat een onleesbaar kenteken wordt geconstateerd een sanctie op te leggen. Het hof vond geen aanleiding om de sanctie te matigen of te vernietigen, ook niet vanwege de verwijzing naar de regelgeving in Polen.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest bevestigt daarmee de beslissing van de kantonrechter en onderstreept dat bestuurders zich aan de Nederlandse regelgeving moeten houden, ongeacht buitenlandse toestemmingen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150 voor het rijden met een onleesbaar kenteken en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.344.239/01
CJIB-nummer
: 252254728
Uitspraak d.d.
: 10 december 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 13 mei 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 september 2022 om 23:04 uur op de Waldorpstraat in ’s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de omstandigheden van het geval het opleggen van de sanctie niet rechtvaardigen. De betrokkene heeft namelijk binnen één dag tweemaal een sanctie opgelegd gekregen voor één en dezelfde gedraging. De trekhaak van het voertuig van de betrokkene stak ietwat uit, waardoor een deel van het kenteken niet goed leesbaar was. Het voertuig komt uit Polen, waar dit is toegestaan. Na ontvangst van de eerste sanctie heeft de betrokkene onmiddellijk een afspraak gemaakt bij de garage om de trekhaak te laten verwijderen. Toen de betrokkene de volgende dag naar huis reed, ontving hij opnieuw een sanctie voor dezelfde gedraging. De betrokkene had op dat moment reeds een afspraak bij de garage staan. De betrokkene heeft niet de mogelijkheid gehad om de situatie tussen de twee gedragingen te beëindigen. De eerste sanctie is aan de betrokkene opgelegd in de zaak met het CJIB-nummer 1062542252475249. Gelet op voornoemde omstandigheden dient één van de twee inleidende beschikkingen te worden vernietigd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat was onvoldoende leesbaar. Dit werd veroorzaakt door een gemonteerde trekhaak. Van de kentekencombinatie was op de voorgeschreven afstand van 20 meter midden achter het voertuig alleen [kenteken2] leesbaar.”
4. Voorts bevindt zich in het dossier een foto van de achterzijde van het voertuig, waarop is te zien dat de trekhaak zich zodanig voor de kentekenplaat bevindt dat het middelste karakter van het kenteken niet leesbaar is.
5. Op grond van de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de gedraging wordt erkend, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Gelet op hetgeen is aangevoerd dient het hof te beoordelen of er aanleiding is om de sanctie achterwege te laten.
6. Uit de gegevens die door de advocaat-generaal bij het verweerschrift zijn overgelegd blijkt dat aan de betrokkene in de zaak met CJIB-nummer 1062542252475249 als bestuurder een sanctie is opgelegd voor dezelfde soort gedraging met hetzelfde voertuig als in de onderhavige zaak, maar dan op 6 september 2022 om 11:20 uur op de Wippolderlaan te Wateringen. Nu sprake is van verschillende data, tijdstippen en locaties is reeds om die reden geen sprake van één en dezelfde gedraging, maar van twee afzonderlijke gedragingen. De betrokkene is dus niet tweemaal bestraft voor dezelfde gedraging.
7. Gelet op de strekking van het onderhavige voorschrift kan in beginsel op ieder tijdstip waarop wordt geconstateerd dat er wordt gereden met een voertuig, waarvan het kenteken niet goed leesbaar is, een sanctie worden opgelegd. De kennelijke opvatting dat voor een volgende gedraging pas een sanctie mag worden opgelegd, nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gehad om de met de regelgeving strijdige situatie te beëindigen, vindt geen steun in het recht. Bovendien is in het geheel niet onderbouwd dat de betrokkene na de oplegging van de eerste sanctie onmiddellijk een afspraak bij de garage heeft gemaakt.
8. Ook overigens ziet het hof in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding om de sanctie achterwege te laten. De omstandigheid dat deze situatie in Polen wel zou zijn toegestaan, maakt dit niet anders. Een bestuurder van een voertuig dient zich in Nederland te houden aan de in Nederland geldende regelgeving.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.