Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De feiten
.
.Na 22 december 2023 heeft de man geen contact meer gehad met [de minderjarige1] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw en de man zijn gehuwd en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige dochter, geboren in 2020. Na beëindiging van de samenwoning verliet de vrouw met de kinderen de gezamenlijke woning en verhuisde zij zonder toestemming van de man naar een andere plaats met een urgentieverklaring. De man vorderde in kort geding naleving van de zorgregeling en terugverhuizing van de dochter naar zijn woonplaats.
De voorzieningenrechter veroordeelde de vrouw tot naleving van de voorlopige zorgregeling en tot het opstarten van begeleide omgang tussen de man en de dochter, en verplichtte haar uiterlijk 1 februari 2025 terug te verhuizen naar de woonplaats van de man. De vrouw stelde hoger beroep in en verzocht tevens schorsing van het vonnis.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang van de man bij zijn vorderingen terecht is vastgesteld. De zorgregeling en het opstarten van begeleide omgang zijn in het belang van de minderjarige en kunnen veilig plaatsvinden. De terugverhuizing is terecht opgelegd omdat de vrouw geen toestemming vroeg en onvoldoende inspanningen heeft verricht om dichter bij de woonplaats van de man te wonen. Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de moeder verplicht tot naleving van de zorgregeling en terugverhuizing van de minderjarige naar de woonplaats van de vader.